Dag! Museum Kempenland, adieu.

January 11th, 2012

SteentjeskerkHet is druk op de burelen van de redactie van Trots op Niks. De politiek maakt zich langzaam op voor nieuwe verkiezingen, op de achtergrond speelt nog immer het drama van Beenen en binnen het politieke speelveld gebeurt van alles rondom Seriouzzz Live en nu weer over Museum Kempenland. Zelf ben ik momenteel bezig met het schrijven van het slot van ons vervolgverhaal, door de acties van de burgemeester, wat moeilijk af te schrijven daar, de PC en het elektronische archief van Beenen ontbreekt. Druk dus, maar Kempenland heeft een plaatsje in het hart veroverd, zeker na de doodsklap die de politiek de kleine cultuur in Eindhoven gegeven heeft.

Vanaf het prille begin in 1920 toen voor het eerst gesproken werd van een stedelijk museum duurde het nog tot 1932 voordat het officieel werd opgericht. In 1937 opende het voor het eerst de deuren in het voormalig stadhuis aan de Rechtestraat. Daarna vond het onderdak in het van Abbe museum, het waaggebouw, kantongerecht Stratumseind en vanaf 1983 in “de steentjeskerk”. In 1981 ben ik in Eindhoven komen wonen en maakte dat begin in steentjeskerk dus mee. Dat wil zeggen incl. de op voorhanden zijnde sloop van het verkommerde gebouw dat in de ogen van de bevolking gered moest worden, zeer tot ontevredenheid van het toenmalige college. Maar omdat het verzet tegen sloop hevig was werd besloten het tot gemeentelijk monument te verheffen en er een zinvolle bestemming aan te geven. De in het kantongerecht beschikbare ruimte was te klein voor het museum en zo werd al snel duidelijk dat Kempenland naar de Steentjeskerk moest. Een bruiloft die in de huwelijkse jaren nooit een doorslaand succes is geweest.

We hadden in het waaggebouw het vogeltjesmuseum. Een collectie van opgezette vogels. Na sluiting werd de collectie overgedragen aan het net geopende Milieu Educatiecentrum die in hun gebouw op de eerste verdieping een alkoof hadden met een deel van de collectie. Na een van de laatste verbouwingen is dat met de komst van een mammoet verdwenen naar de opslag. Verder hadden we van Abbe. Een echt museum in een echt museum gebouw. Maar ook niet echt een museum voor een herhaald bezoek. In het prille begin heb ik een bezoek gebracht aan het net geopende museum in de steentjeskerk. Voor iemand die groot is geworden in een omgeving met grote musea en instituten een deerniswekkend gebeuren. Onmiskenbaar een gewezen kerk, met toren, zijbeuken en koor. Daarin wat vitrines met artikelen waar het vooral ontbrak aan uitleg. Er lag van alles maar veel wijzer werd je er niet van. Dat haat ik. Het hoort niet bij een museum. Toegegeven ook de grote hebben er een handje van om een schilderij met landschap en oer Hollandse molen te voorzien van een bordje met “landschap met molen, onbekende meester, ca 16e eeuw. Een doodzonde in mijn ogen, maar soms heeft het wat tijd nodig. Die tijd heb ik het museum gegeven.

Pas in 2009 keerde ik er terug om samen met Carla van Vliet wat afspraken te maken over de huur van het museum voor een “avondje met Rita”. Dat avondje is er uiteindelijk niet gekomen, op Trotsopniks in het vervolgverhaal leest u waarom. In een korte rondleiding door het gebouw, werd ik nog eens bevestigd in mijn mening. Steentjeskerk en Kempenland, een slecht huwelijk. De steentjeskerk is een prachtig gebouw zonder meer en de collectie van Kempenland is als collectie of beginnende collectie zeer waardevol, maar samen werkt het niet. De steentjeskerk heeft niets wat Kempenland toekomst kan brengen. De ruimte is zeer beperkt. Hoe groot ook, het blijft maar één ruimte die met schotjes her en der geplaatst iets van een looproute heeft, maar de kruip door sluip door van musea ontbreekt volkomen. Een reis door de tijd werkt zo niet. Waarom niet minstens de pastorie is bijgetrokken zal altijd wel een raadsel blijven.

Mijn tweede bezoek was na de verkiezingen , het museum werd bedreigd door intrekking van de subsidie. Voor onze fractie heb ik toen gesproken met de interim manager Jan van Laarhoven. Van dit gesprek herinner ik me dat hij de collectie een allegaartje vond en dat er sprake was van wanbeleid. De directeur/conservator Thoben verzamelde van alles wat hem in handen werd gespeeld en zakelijk directeur van Vliet hield wat dat betreft de vinger niet goed aan de pols, althans was niet bij machte. Van Laarhoven gaat prat op wat hij in andere musea voor elkaar heeft gebokst en beschouwt zichzelf als geroutineerd. Ik als begenadigd verzamelaar en bouwer van collecties denk er het mijne van. Belangrijk is echter politiek orde op zaken te stellen hetgeen ik in mijn schriftelijke vragen neerleg en via de fractie en griffie worden deze ingebracht. Mijn eerste doel lijkt mij tijd te kopen, gevolgd door een noodzakelijke uitbreiding. Hieronder de vragen zoals ze door mij geformuleerd werden.

De fractie van ….. maakt zich ernstig zorgen over het voortbestaan van Museum Kempenland en daarmee verbonden de historisch belangrijke collectie en niet in de laatste plaats de openbare toegang tot het rijksmonument lokaal bekend als “de Steentjeskerk”. Letterlijk schrijft de commissie niets af te doen aan het belang van het museum, edoch de wijze waarop de de subsidieaanvraag is gemotiveerd was voor haar reden te adviseren om de subsidievraag af te wijzen. Verder stelt zij in haar rapport “De adviescommissie zou de cultuurhistorische functie (erfgoed), waarvan Kempenland deel uitmaakt, in een groter perspectief met een nieuwe ambitie willen zien”. Daar per 1 januari 2011 het bestuur van Museum Kempenland geen subsidie meer is verleend zoals tot dan toe, zal het bestuur zich genoodzaakt zien per 1 september het sluitingsdraaiboek in te laten gaan. Daarom stelt de Fractie van …met urgentie de navolgende vragen aan het college.

1)Is het het college bekend met het feit dat op 28 en 29 april gesprekken hebben plaatsgevonden in het kader van de commissie Cultuur totaal?

2)Is het college bekend met het feit dat voor deze gesprekken een agenda is op gesteld met een zestal onderwerpen waarvan slechts een nl. onderwerp 5 ongeordend voorbij kwam en deelnemers de door hen voorbereide punten onbehandeld zagen? Voor de volledigheid noemen we ze nog even.

onderwerp 1: Vastgoed; vraag: waar ligt de balans tussen investeren in huisvesting versus investeren in programmering?  onderwerp 2: Participatie; Stelling: cultuur is participatie.

onderwerp 3: Bedrijfsvoering; Vraag: Hoe gaat de culturele bedrijfsvoering de komende jaren veranderen?

onderwerp 4: Introductie nieuwe generaties; Vraag: Innovatie: institutionaliseren of facilliteren? wie zijn de regisseurs van de nieuwe generatie?

onderwerp 5: Positionering/ Aanbod: Vraag: hoe positioneert de gemeente Eindhoven zichzelf? En hoe de cultuurinstellingen daarbinnen?

onderwerp 6: Gemeentelijk beleid: Stelling: Een dynamisch en boeiend cultureel Eindhoven betekent keuzen maken.

3) Is het college bekend met het feit dat begin 2010 door de gemeente gesprekken geïnitieerd zijn met betrekking tot een nieuwe erfgoedstelling?

4) Is het college bekend met het feit dat na een eerste bijeenkomst van de werkgroep voor deze nieuwe erfstelling op 17 februari er van deze werkgroep geen nieuwe bijeenkomsten zijn geweest. Zo, ja waarom is er geen vervolg als voor sommige instellingen de tijd dringt?

5) Is het college bekend met het feit dat de getroffen instellingen waaronder Museum Kempenland de datum van 1 januari 2011 met rasse schreden zien naderen en dat deze instellingen per die datum niet meer zullen bestaan?

6) Is het college bekend met het feit dat zij, indien zij geen verdere actie onderneemt per 1 januari wederom met een monumentaal maar leeg pand zit, of is het college bekend met een “digitaal depot” invulling zoals geopperd door de commissie? Maw we zetten er een paar pc’s in

7) Is het college bekend met het feit dat nog immer gewacht wordt op de toewijzing van Museum Kempenland als trouwlocatie? 7a) Zoja waarop hangt het dan?

8) Is het college bekend met het feit dat indien per 1 september 2010 geen duidelijkheid aan het museum is verleend over een mogelijke toekomst, de collectie na in bijna 100 jaar moeizaam te zijn bijeengebracht en in die periode gegroeid is tot een historisch waardevolle, Eindhoven in delen zal verlaten na te zijn ondergebracht geweest in het oude stadhuis in de Rechtestraat, het van Abbe museum (oorlogsjaren), Waaggebouw, “Krabbendans”en “steentjeskerk” ?

9)Is het college bekend met het feit dat de jarenlange subsidies die zij aan het museum hebben verleend ten opzicht van andere steden in hoogte slechts een zeer schamel bedrag per jaar is, omgerekend nog geen eurocent per dag per inwoner.

10) Is het college bekend met het feit dat tegenvallende bezoekers aantallen feitelijk niet zoveel te doen hebben met een museum als zodanig. Dat primair van belang is de collectie, het onderzoek hiervan, het onderhoud en de uitbreiding en slechts secundair de openbaarheidstelling van een collectie?

11) Is het college bekend met het feit dat momenteel de pastorie bij de steentjeskerk leeg en te huur staat? Dat dit een uitgelezen kans is om de pastorie en kerk bijeen te voegen omdat uitsluitend de kerk weinig vloeroppervlak heeft voor een museuminstelling met ambitie?

12) Is het college bekend met het feit dat binnen museum Kempenland t.a.v. Leiding een frisse wind waait en een nieuwe interactieve tentoonstelling “stik maar” (vanaf 12 juni) een voorbeeld is van hoe het ook kan? Zo, ja realiseert het college zich dan dat dit wel eens de laatste expositie kan zijn?

13) Is het college bekend met het feit dat de commissie cultuur totaal nooit de waarde en het nut van de collectie of museum heeft bestreden, maar slechts “niet voldoende motivatie” vond in de subsidieaanvraag?

14) Is het college bereid ten halve te keren in plaats van ten hele dwalen?

15) Zo neen, waarom niet?

16) Is het college nu bereid een tweejarige overbruggingssubsidie ter hoogte van 2 maal de tot nu toe gebruikelijke subsidie te verlenen om een nieuwe opzet te kunnen realiseren?

17) Zo nee, waarom niet

18) Zo ja, kan de aankoop van de pastorie door de gemeente gerealiseerd worden, en in verhuur gegeven worden aan het museum,?

19) Zo nee , waarom niet.

Het antwoord van wethouder Schreurs is tijdig, maar getuigt niet veel van inhoudelijke kennis op museumgebied. Wedervragen hadden gesteld moeten worden, maar daar was de fractie waar ik deel van uit maakte kwalitatief niet toe in staat. Ik had het document net zo goed niet op hoeven stellen. Maar mijn persoonlijke interesse is gewekt. Met de jaarcijfers 2008 ga ik aan de slag. Wat weinig voor een bedrijfskundige maar de momentopnamen van 2009 en 2010 zijn al verwaterd door de subsidie perikelen.

Mijn visie op het geheel blijft de tweedeling collectie en huisvesting. Het museum Kempenland is niet gebonden aan de kerk, het heeft al andere huisvesting gehad in het verleden en in de toekomst is dat ook niet onmogelijk. De talrijke leegstand in Eindhoven, soms tijdelijk opgevuld door de stichting ruimte, geeft mogelijkheden genoeg die voor het museum en het tot zijn recht komen van de collectie wellicht veel beter kan voldoen dan de Steentjeskerk. Ik noem met name het bedrijfspand van Schellens of de oude luciferfabriek met aanpalende gebouwen. Maar dat is huisvesting, een deel van het probleem. Laten we bedrijfskundig naar de jaarrekening kijken.

We lichten er uit de huisvestingskosten, salariskosten en collectiekosten, opbrengsten en subsidies. De gemeente subsidie bedraagt ca; 480.000 euro en van derden komt nog eens 36.000 aan subsidie. Ruwweg de helft van het subsidiegeld gaat op aan de salarissen van 9 man op de loonlijst. Part-timers en full timers dwars door elkaar. De helft van de salariskosten is voor de directiesalarissen. Toch verdienen directeur-conservator Tholen en zakelijk directeur van Vliet geen topsalarissen. Wellicht hebben ze een parallelle stroom inkomsten uit de onkosten doch dit uit zich niet in de jaarcijfers. De huur van de Steentjes kerk bedraagt ca. 38.000 euro. Aan opslaglocaties is men ca:20.000 kwijt verdeeld over Vonderweg en Ruysdaelbaan. Volgens van Laarhoven is dit merendeels opslag van museuminrichting (wandjes vitrines e.d.). Dan de dagelijkse routine. Een museum is wat het is, een instelling die een collectie beheert, onderhoudt, uitbreidt, in stand houdt. Onderzoek pleegt naar herkomst, gebruik, etc. kortom een verhaal maakt rond het object. Als laatste maar dat is eigenlijk geen hoofddoel is het openbaar maken van de collectie, sterker nog vaak wordt dit als grootste euvel gezien. Het betekent een ruimtebehoefte die openbaar is en aan de eisen voldoet. Toiletten, koffie e.d. vitrines, meubilair, uitleg, catalogi, bewaking, klimaatbeheersing kortom een aanlag op het budget.

De opbrengsten uit entree en souvenirs dekken vaak maar een deel van die kosten. Maar het bezoek geeft wel de zinnigheid van het bestaan van de collectie aan, vaak ook komen donaties en schenkingen van bezoekers die door het bezoek een band krijgen met het museum en de collectie. Voor Kempenland dat ver uit het centrum ligt betekent het bezoek een aparte trip, de naastgelegen coffeeshop en kantoorgebouwen geven het museum geen plekje in de ruimte. Het nodigt niet direct uit en dat uit zich ook in de cijfers.

Uit entreegelden komt een goede 6000 euro per jaar en uit de museumjaarkaart komt nog een bijdrage van ca 3600. Het is niet eens genoeg om de accountant en salarisadministratie te dekken. Die 10.000 Euro komt van bezoekers die de 10 jaarlijkse wisseltentoonstellingen bezoeken, de vaste collectie heeft hier en daar wat hoekjes, maar eens terugkomen als bezoeker om iets nog eens te bekijken, het nodigt niet echt uit. Om die bezoekers uberhaupt binnen te krijgen wordt veel geld gespendeerd, ik noem 13.000 aan kosten voor porti en telefoon en maar liefst 41.000 voor drukwerk, catalogi en affiches. Gelukkig zijn de bezoekers zo vriendelijk om aandenkens aan hun bezoek te kopen. Boeken, kaarten, kommetjes, bekers, het vind voldoende aftrek bijna 15.000. Naast wat incidentele opbrengsten moet het museum het hier mee doen. Het meest bekaaid komt de eigen collectie er van af, aan onderhoud en restauratie is nog geen 1300 euro besteed.

Het hebben van een beperkte ruimte waardoor veel wisselexposities nodig zijn, is een probleem dat meer instellingen in de stad hebben. Het stedelijk van Abbe Museum heeft midden jaren 90 hetzelfde onoverkomelijke probleeem. Besloten wordt door het stadsbestuur om dit museum flink uit te breiden. Die uitbreiding kost door alle perikelen er omheen veel meer dan gewenst of noodzakelijk was en legt het cultuurbudget van de stad voor jaren lam. Door een nieuwe directeur ook nog te veel speelruimte te geven komt er van een vaste expositie van de eigen collectie maar weinig overeind, maar het stadsbestuur wikt en weegt en blijft het museum van Abbe alle ruimte geven. Die ruimte komt van andere instellingen en een aantal kost dit de kop.

Doordat je ook bij het opzeggen van subsidies een soort van opzegtermijn hanteert krijgt in 2010 Kempenland de subsidie nog doorbetaald. Halverwege het jaar start zij met een van de laatste wisseltentoonstellingen “Stik Maar”. Een beetje amateuristisch in elkaar geplurkt maar met hele leuke elementen zoals een garnituren /naai winkeltje uit vervlogen tijden. De tentoonstelling vangt aan met een waslijn met wasgoed. Zichtbare fout zijn de talloze vouwen in het wasgoed. Het beeld klopt direct al niet, zo vanuit de kast aan de waslijn. Totaal resultaat is een expositie die eigenlijk permanent zou moeten zijn. Het textielverleden van Eindhoven hoort in dit museum. In 2010 wordt ook aan de stoelpoten van directeur-conservator Tholen gezaagd, hij moet het veld ruimen, zeer tegen de zin in van “de vrienden van het museum”. Van Laarhoven zag als redding van het museum een fusie met HOME het historisch openlucht museum. De fusie is er gekomen, dat wil zeggen van een fusie is geen sprake. Kempenland wordt opgeslokt door HOME.

In 2011 wordt er nog gestart met een expositie “vreemd in Eindhoven”. Een dure expositie zonder veel bezoekers en met wederom sporen van amateurisme. Ook zakelijk directeur van Vliet moet het veld ruimen. Als op februari 2012 het museum “definitief” sluit komt de ruimte leeg te staan met nog een enkele expositie in de wintermaanden van 2012, voor de jaren erna is geen plan. De collectie wordt verder opgeslagen, is beschikbaar voor uitleen (aan andere musea). De aanwezige financiële reserves van Kempenland zijn weg. Op de laatste goedgekeurde jaarrekening is het verdwenen. Maar geld lost niet op. De ouderenpartij OAE in Eindhoven stelt terecht vragen aan het college. Of zij het naadje van de kous te weten komen, wie zal het zeggen. Meestal slaagt het college erin met wat sopantwoorden de handen te wassen.

Kortom Anno 2012 hebben we een gebouw zonder bestemming en leeg. Aangewezen als trouwlocatie zal dat ook wel geen succes worden. Het is een rijksmonument, de slopers staan niet op de stoep, maar de bewoners zijn er ook niet welkom meer. Een opgeslagen collectie met veel door de bevolking gedoneerde elementen is ook niet bekoorlijk voor de collectie, verval zal aanmerkelijk zijn. Een mislukte fusie, die een overname werd waarbij het oorspronkelijke Kempenland werd geleegd en afgestoten. Volkomen onnodig komt zo 98 jaar na het idee voor een museum een roemloos eind voor Kempenland. Veel musea in Nederland vrezen nu voor hun bestaan, terecht. Eindhoven is een voorbeeld Een lege dode stad zorgvuldig afgebroken door incompetent stadsbestuur van de laatste dertig jaar. Kempenland is niet het eerste geval en zeker ook niet het laatste. Na het oude stadhuis, sluiting van Evoluon, sluiting vogeltjesmuseum, het niet herbouwen van het Philipspalviljoen van Le Corbusier, enorme leegstand, moeizame herinrichting Philipsterreinen, nodeloze hoogbouw, te weinig werk voor mensen die het met de handen moeten verdienen, onaantrekkelijke pleinen, en tot slot de sluiting van Kempenland is het wachten op de volgende miserabele stap. Hij is niet ver weg. Gelukkig is het tij te keren. Dan hebben we wel nieuwe verkiezingen nodig en wijsheid bij de dan de vormen coalitie.

Een Sint met een oscar

November 26th, 2011

An Oscar for Saint NicholasTijd om eens terug te blikken. In 1992 werkte ik een paar maanden als invaller bij ODME inkoop. Ik kreeg daar voor het einde van mijn contract een telefoontje met het wat vreemde verzoek de sinterklaasviering van de personeelsvereniging op te fleuren als Sinterklaas. Uiteraard zei ik ja, want dat optreden lag na mijn oorspronkelijke contractduur. Uiteindelijk ben ik er zo’n 7 jaar gebleven. Dat Sint optreden was memorabel en wel zodanig dat ik het jaren heb volgehouden. Toch was het de eerste keer nog geen succesverhaal. De plannen waren niet goed. We werden niet op tijd geschminckt  en waren dus veel te laat in Eindhoven terug. De kinderen waren moe van het wachten en Sint liet ze ondanks dat onvermoeibaar bij zich komen. ruim 150 kinderen dus alleen het optreden duurde al zo’n drie uur. Het werd steeds warmer in de zaal en mijn baard zakte wat af zodat twee snorren zichtbaar waren, een witte en een bruine.

Om een uur of 6 was het eindelijk gelopen, maar wie denkt dan klaar te zijn had buiten onze directeur Lambert gerekend. Die had nog een zakenrelatie die bezocht moest worden. Strooi de boel maar goed vol zei hij, en dat was tegen mijn Zwarte Pieten niet tegen dovemansoren gezegd. Het huis van de advocaat van de zaak, of eigenlijk het huis van zijn schoonmoeder, veranderde langzaam van luxe woning tot een enorme puinhoop. De kruidnoten lagen echt overal, vooral de platgetrapte op de tapijten zullen later wel veel indruk hebben gemaakt. Nu na elf jaar verbaast het me eigenlijk niets als ze nog ergens kruidnoten in dat huis vinden.  Het volgende jaar werd Sint vooraf gegaan door een clownsoptreden en we hadden ondertussen Peels op de Strijpsestraat gevonden, waar we nadien graag terug kwamen. Het tweede jaar ging het prima, al werd een decor ondersteboven gelopen door een paar kinderen. Maar toch duurde het met de ruime kinderschare nog altijd lang. Vanaf het tweede jaar gingen we, vóór we naar de zaak gingen op de Vestdijk, eerst oefenen bij de Veldhovense padvinders. Die hadden er eigenlijk geen budget voor en zo konden we hen ook een onvergetelijke  zaterdag bezorgen. Sint zelf leek me vanaf dat tweede jaar op het lijf geschreven, qua rol dan want het bisschoppelijke touwtje ipv riem was vaak veel te kort.

Dat ik veel actieve collega’s had in het verenigingsleven bleek wel, want ook Jeugdwerk Veldhoven diende zich aan, later nog gevolgd door de padvinders in Tongelre. In Veldhoven niet voor Sint maar voor Kerstman. Kan er ook nog wel bij dacht ik.  Helaas heeft de kerstman maar verdomd weinig tekst. Yoho en een prettige kerst, tingelingeling. De dame die het pak gemaakt had waarschuwde dat het pak maar vilt was en heel erg koud. Nou hou ik graag van goed voorbereiden en heb ik zogenaamd voor mijn oudere vader een lange onderbroek gekocht. En zo zat ik in mijn lange onderbroek met een kerstman pak aan in Veldhoven tegen het citycentrum aan in een zaaltje bij het jeugdwerk. De kerstman knutselde driftig mee en maakte veel grapjes. Op het einde fluisterde de leidster mij in dat de kinderen op het eind nog een rondje gingen lopen in optocht in het naastgelegen winkelcentrum van Veldhoven, zij en de kinderen zouden het heel leuk vinden als de Kerstman meeliep, maar het hoefde niet als ik niet wilde. Nu als de kinderen het leuk vinden ga ik gewoon mee.

Of het door mijn lange onderbroek kwam weet ik niet maar ik was in het centrum veel extraverter dan gewoonlijk en zo liep ik al klingelend en Yoho roepend voor de schare uit. Kinderen begroeten, handjes geven etc. Bij de groenteboer kregen alle kinderen een mandarijntje en bij een schoenenwinkel kregen ze ballonnen, dus die kinderen hadden de tijd van hun leven. Bij een andere schoenenwinkel waren alleen twee niet onaardige verkoopsters aanwezig, die ook wat van de Kerstman wilden. Die had ondertussen alleen nog maar een echte (overigens heerlijke) Kerstman knuffel over.   Maanden lang meed ik het centrum als de pest uit angst herkend te worden. Na 6 maanden moest ik even naar de Blokker en ik dacht dat de kans op herkenning na al die maanden nihil was. Maar toen ik bij de kassa iets zei, sprak een totaal onbekende dame achter mij de magische woorden, “U klinkt net als de Kerstman”. U begrijpt het, Citycentrum Veldhoven is voor mij not done. Nog steeds niet, eigenlijk.

Terug naar de Sint. Om de tijd niet uit te laten lopen kwamen de kinderen van ODME (ondertussen omgedoopt tot Toolex) niet meer allemaal aan bod. We gaven de voorkeur aan een spectaculaire binnenkomst, die inderdaad ieder jaar spectaculairder werd. Abseilen, door het plafond vallende pieten, Sint die door een muur heen reed. En toch, aan alles komt een eind. In 1999 ben ik in Den Bosch gaan werken om dichter bij de Universiteit te zijn. De files op de A2 waren niet goed voor mijn prestaties. Hoewel ik had toegezegd wel Sint te komen doen bij Toolex, was het dat jaar niet meer nodig. Ze hadden een compleet pakket gekocht voor het jaarlijkse personeelsfeest, barbeque  en Sint.

Een jaar geen Sint zijn is maar een raar gevoel, dus belde ik voor de Kerst de regelman van Toolex (Ton) op om te vragen hoe het gegaan was. Het bleek een kleine ramp te zijn geweest. De jongen die Sinterklaas had gespeeld, was zoals onze zuiderburen zeggen “voor de mannen”. En zo had Toolex dat jaar een Sint gekregen, met een stem die zo mogelijk nog overdrevener homo was, dan Henk Elsink met zijn “Harm met het harpje”. Sint maakte zich er ook met een Jantje van Leiden vanaf, want hij moest nog naar de IT in Amsterdam na het optreden.

Het was het jaar daarna heerlijk om als Sint weer op het oude nest terug te zijn. Het werd ook alom gewaardeerd. Van één van de kinderen kreeg Sint ook een cadeautje. Omdat de echte Sint weer terug was. Dat cadeautje is het poesje op de foto. Ik weet niet of u het mooi vindt, dat maakt ook niet zo veel uit. Voor mij als Sint is het zoiets als een Oscar. Eentje die al 11 jaar in mijn “prijzenkast staat”. de naam van de gulle geefster is mij helaas ontschoten.

 

 

Songfestival 2011

May 15th, 2011

Eurovision Songcontest 2011 DusseldorfWaarlijk laatste zijn we geworden op de laatste uitvoering van het Songfestival. Magadalena Tul uit Polen werd laatste in de eerste halve finale met 18 punten 5 meer dan Nederland die als laatste eindigde in de tweede halve finale met een povere 13 punten op de aller- allerlaatste plaats. Wie kunnen we het meer verwijten dan onszelf. In de melee van 19 songs vielen de 3j’s niet op. Van hun bijdrage heb ik niet meer gehoord dan een paar seconden, het nummer boeide voor geen meter. Of de allerlaatste plaats van alle inzendingen nou terecht was is een vraag die nooit beantwoord zal worden, maar dat de 3J’s niet aan de finale mee mochten doen was wel terecht.

We hebben dat festival al 4 keer gewonnen en nog altijd horen wij terecht bij de betere landen over de hele linie bekeken. Daar hebben de 3 noch positief, nog negatief aan bijgedragen. Een vijfde keer winnen zit er ook nog wel in, maar dan moeten we wellicht weer eens een andere aanpak proberen. Wat is er mis met de vroeger gehanteerde methode? Niets, dus waarom dan niet terug naar vroeger waarbij componisten en tekstschrijvers hun liedje kunnen inzenden? Er zijn er heel wat in het land en er zijn verdomd goede bij ook. De liederen waarmee we hebben gewonnen hebben in ieder geval één ding gemeen. Het waren en zijn ook prima werkjes.

Al met al kan ik de Tros als zij ook weer gaan voor 2012 één raad geven. Geef dichtend en componerend Nederland weer eens een kans en geef hen de tijd tot augustus of september om hun werk in te leveren. Hebben we een goed lied rest ons nog er de goede artiest bij te zoeken en in 2012 weer een gooi te doen naar een overwinning.  Één ding kan ik alvast verklappen. Wij (mijn dochter en ik) zijn van de partij. Hier ligt al een bijdrage zo goed als klaar. Een strak up tempo lied met een pakkende en vrolijke tekst. Hoewel de muziek nog geschreven moet worden, ligt die al voor een deel vast door de tekst en het onderwerp.

Een beetje hulp van de lezer kunnen we nog wel gebruiken. Als iedereen nu belt, mail schrijft naar de Tros dat de deelname weer open moet zijn, komt het vast in orde.

Bezuinigen les 1

April 27th, 2011
telraamZomaar een twitterbericht van mij vandaag
Een raad die niet kan rekenen en een college dat met logica wat moeite heeft, dat is toch grosso modo waar we het hier in Eindhoven mee moeten doen.
Als dat niet onaardig klinkt weet ik het ook niet meer. Niet dat ik altijd onaardig ben hoor, volgens sommigen valt dat best mee.
Maar soms als je een gemeenteraadsvergadering aan het volgen bent en het gaat twee uur lang over bezuinigen op leerlingenvervoer, terwijl er ook in commissies al over is gesproken moet men mij maar een beetje vergeven als ik met een onaardig bedoeld uitspraakje kom. Reden voor die uitspraak is simpel. Bezuinigingen door een commissie, gemeenteraad of college werken vaak contra-productief. Men eindigt met meer uitgeven in plaats van bezuinigen. Hoe zou dat nu komen?
Wel, neem de Eindhovense gemeenteraad op 26 april. Voor o.a. Trots op Niks volg ik deze met als doel vooral te kijken naar de prestaties van de raadsleden. Het onderwerp dat ter sprake kwam is simpel. De gemeente gaat bezuinigen en doet dat zeer voortvarend door allerlei zaken af te schaffen, duurder te maken of een deel van de mensen waarvoor een post bedoeld is buiten spel te zetten. Meer precies ging het vanavond over het leerlingenvervoer. Daar zou één miljoen op bezuinigd worden. Nou mooi niet, dan vielen er wat veel mensen uit de boot dus is er tijdelijk geld gevonden in de besparing die sluiting van de Tippelzone en het afschaffen van het schoolzwemmen zouden opleveren. Samen 350.000 euro, dus hoeft er nog maar 650.000 bespaard te worden.
En waar gaan we die vandaan halen? De wethouder weet het wel, zorg op maat. Zo valt bijna iedereen die  binnen de 1,5 km van de school woont af. Dat bespaart flink. Dat weet u als u met iemand mee moet, die zegt dan vaak is goed , kom ik toch langs. Zo is het ook met de busjes, die komen ook binnen het 1,5 km gebied, want anders bereiken ze de school niet. Zo kan het dus straks gebeuren dat het schoolbusje langsrijdt en niet stopt. Een forse besparing bereikt doordat het busje nu niet hoeft te stoppen en iemand in te laten. Zouden we met de bus ook kunnen doen, 1,5 km voor het station alle haltes opheffen. Besparen ach, iets zal het wel opleveren, maar geen wezenlijk deel van de beoogde  650.000 euro.
Geen nood er komt nog meer. Soms maken gezinnen met meer kinderen gebruik van het schoolbusvervoer, terwijl de oudste best in staat is om dit met OV of fiets te doen. In plaats van drie, nog maar twee mensen mee nemen bespaart volgens de wethouder ook. Uiteraard geldt dat alleen als we de stoel anders kunnen inzetten, maar daar horen we niemand over. Denk je eens in, je brengt drie kinderen naar school met de auto, als er twee in zitten zeg je tegen de derde, ga jij maar lopen. Het kan, maar bezuinig je daar iets mee ??
Als derde maatregel die de 650.000 op tafel moet brengen is er zorg op maat s`morgens zelf brengen en s`middags met het leerlingenvervoer. Het bespaart, maar minder dan je denkt, zeker als je toch s`morgens toch vrijwel langs datzelfde adres moet rijden.
Is het dan onmogelijk om met deze drie maatregelen 650.000€ te besparen? Neen, een lepe wethouder had natuurlijk bovenstaand allemaal aan de vervoerder kunnen overbrengen en dan gewoon direct 650.000 € in mindering op de facturen brengen. Per slot merkt de hele gemeenteraad niets, waarom dan een vervoerder dit niet op de mouw gespeldt.
De gemeentreraad krijgt van mij dan ook toch nog in zijn geheel een onvoldoende, rekenkundige argumenten voor deze bezuiniging zijn niet gehoord en ook wel niet door het college onderbouwd aangeleverd. Een college dat blijkbaar elke keer weer wegkomt met “t zit in het DNA van de stad” of “we zetten hier zwaar op in” i.p.v. heldere berekeningen te overleggen. Letterbrij in plaats van ter zake doende cijfers dus.

Trots op Niks

March 25th, 2011

Voor de mensen die mij en of Theo Beenen al langer volgen is het geen geheim meer dat de situatie rond de Eindhovense fractie van Trots op Nederland de gemoederen nogal bezig houdt.

Politiek gezien heb ik in mijn jonge (Haagse) jaren op verschillende partijen gestemd. Puur gekeken naar het partijprogramma en de mensen er achter. Zoals velen kwam ik vaak bedrogen uit. Veel beloftes maar na de verkiezingen trok het op niks. Hoewel ik op verschillende partijen heb gestemd ben ik een echte liberaal. Dat betekende wel dat ik niet op de VVD kon stemmen want naar mijn bescheiden mening is het partijbeginsel nauwelijks meer liberaal van karakter, laat staan het verkiezingsprogramma. Bij de lokale verkiezingen had ik het altijd wel makkelijker dan landelijk. Het waren veelal lokale partijen, met uitsluitend lokale issues die mijn stem kregen. Een aantal jaren geleden toen Ad Pastoor met zijn Leefbaar Eindhoven begon hoefde ik in het stemlokaal niet lang te peinzen.

Na die voor Leefbaar Eindhoven (LE) succesvolle verkiezingen (binnenkomer met zeven zetels) , heb ik ze daar per mail mee gefeliciteerd. Gevolg was dat LE mijn emailadres had en toen de fractie het idee had om een denktank in Eindhoven te beginnen, werden vele anderen en ik uitgenodigd om mee te denken. Na een introductieavond heb ik een aantal malen een denktank vergadering bijgewoond. De denktank werd echter geen succces en het immer opspelende issue dat denktankleden ook partijlid moesten worden stond mij helemaal niet aan. Echter nog voor ik mij terug kon trekken, werd de tank al opgeheven. Van de ideeën weet ik nog dat er notabene van uit de fractie het idee was gekomen om een bus te laten rijden door de stad, met als halteplaatsen de plekken waar de partij iets voor elkaar had gekregen. Waar die bus had moeten stoppen, is nog altijd een raadsel.

Vele jaren weer niet actief mij ergens mee bezig gehouden waar het om politiek ging, als er al een reden is om dat wel te doen dan is het echt om voor het land of stad iets te doen. In 2007 was ik aangestoken door het Verdonk virus, omdat voor de eerste keer in de geschiedenis een lijstkandidaat meer stemmen had gekregen dan de lijsttrekker. Dat is heel bijzonder omdat de lijstrekker ook gekozen wordt door mensen die wel op een partij maar niet op een persoon stemmen. Van het een kwam het ander en ben ik actief betrokken geraakt bij de bouw en inrichting van een Eindhovense afdeling. Of het nu de vijfde, zesde of zevende sloot is geweest waarin ik mij bewoog weet ik niet meer, maar ergens is het spaak gelopen op mensen die niet deden wat verwacht werd van hen. Het heeft geleid tot kwaadaardige stukjes in lokale en landelijke pers en heeft onlangs na veel tijd gerek zijn finale bereikt. Trots op Nederland stelt geen prijs meer op medewerking, nou oké dan niet.

Mijn medestrijder op dit vlak, had al enige tijd het webdomein trotsopniks liggen en samen hebben we nu besloten hier iets mee te doen. Hoewel de naam anders doet vermoeden is het geen anti Trots  gedoe, maar duikt de website in een grote leegte. Raden controleren colleges en de kamer controleert de regering. De kamer en de raad worden door de burger gekozen. Eens in de vier jaar kunnen we dat opnieuw doen, of bij uitzondering vaker. De kiezer bepaalt zijn stem aan de hand van prestaties in het verleden, de stemwijzer, campagnes debatten etc. Maar met het terugkijken naar het verleden schort het een beetje in de informatievoorziening. Om dat gat te vullen is er trotsopniks. Een bonte verzameling van ca. 9800 raadsleden  en straks ook nog 150 kamerleden en hun doorlopende prestaties. Een enorme klus natuurlijk voor onze 4 koppige redactie en wel enthousiast begonnen maar nog verre  van het niveau waar we willen zijn. We zijn begonnen met eenmans en tweemans fracties te schouwen en uiteraard eerst in onze thuisomgeving Eindhoven en later Arnhem en Den Haag. En nu gaan we verder de breedte en de diepte in, maar zoeken daarvoor nog enthousiaste mensen in de te volgen gebieden.

Aan die mensen stellen we niet al te zeer hoge eisen. Je moet interesse hebben in de (lokale) politiek. Je moet de bereid zijn om er eens goed voor te gaan zitten en geen specifiek rode, groene, blauwe, paarse, oranje of groene bril ophebben. Waar je naar moet kijken is min of meer ALLES. Iedere stap van een politicus is het volgen waard. Doordat ook niet iedere gemeente gelijke regels hanteert is het ook niet doenlijk een receptje af te geven. Dat voorkomt ook weer dat politici zich daar naar gaan richten. Moties indienen is een ijkpunt maar ook niet meer dan dat.

Een kleine eenmansfractie die enig indiener is van een motie die desondanks wordt aangenomen, scoort natuurlijk hoog, als die motie ook nog inhoudelijk is. Alleen maar meeondertekenen scoort natuurlijk laag, zeker als je als de motie passeert niet eens aanwezig bent. Een stortdouche van schriftelijke vragen, die nergens over gaan zit ook niemand op te wachten. Als je inhoudelijk niet veel verder komt als “is het college op de hoogte”en “is het college met mij van mening” telt niet zwaar aan, zeker niet als het college al klaar is met de antwoorden “ja , wij zijn op de hoogte”en “neen, wij delen die mening niet”. Stemmen tegen je eigen programma in en geen kennis van de materie scoren ook zwaar negatief, net als declaratiegedrag en stilzwijgendheid. Kortom heel complex en zeker niet iets waar je als politicus op kunt anticiperen. Als je als politicus geloof, overtuiging of anderszins met je meesleept, kan dat nadelig voor je uitpakken als je het niet gebruikt als een benaderwijze van het geheel maar je beperkt tot die issues die direct je geloof, overtuiging of anderszins tot onderwerp hebben. Protesteren tegen onze gepubliceerde visie mag dan weer wel, hoe meer hoe liever.

Ben je enthousiast geworden en wil je meedoen, mail dan onmiddelijk naar trotsopniks@gmail.com. Ben je een internetgoeroe en vind je onze website maar niets qua opbouw, dan geven we je de hand. Trotsopniks maakt geen lijst voor ze de afmetingen van het schilderij kent. Dat zou een enorme rem betekenen op de creativiteit. Het is de reden dat we met een mager Dreamweaver template zijn begonnen en ondertussen al 4 genestelde templates hebben door de vele scriptjes. Wil je echter meewerken aan de opbouw naar een website die zijn weerga niet kent, dan geldt het mail adres ook voor jou. Inkomsten uit de website hebben we niet en derhalve is iedere arbeid vrijwillig en zonder vergoeding, ook voor ons.

De grootste beloning ligt in het verwezenlijken van het realiseren van een website die in een grote behoefte voorziet en die de politiek opstuwt.

Op Twitter kun je ons volgen als Die2ehv en trotsopniks en onze website heet natuurlijk www.trotsopniks.nl

 

 

Rechten, rechten en nog eens …

March 13th, 2011

De weg gevonden maar de richting kwijt

Vandaag maar eens een wat zwaarder onderwerp,  omdat het actueel is, en omdat ik als eigenaar van een aantal Internetdomeinen heel wat publiceer en dus te maken krijg met auteursrechten; die van mij of die van een ander als ik iets publiceer wat niet door mij is geschreven.   De bedoeling van al dat geschrijf en gepubliceer is enerzijds om content te genereren en anderzijds de discussie levendig houden. Soms hoef ik daar maar weinig moeite voor te doen, soms wat meer.

De eeuwige discussie

De discussie over rechten, auteursrechten, kopieerrechten etc. loopt al jaren. Op o.a. Twitter krijgt hij wat meer aandacht tegenwoordig vanwege “de nieuwe media”. Journalisten krabbelen een bijdrage en zien hun bijdragen her en der terug, soms met en soms zonder bronvermelding, soms letterlijk overgenomen en soms aangepast. Soms alleen maar de taalfouten er uit gehaald; niemand, ook ik niet meer,  schrijft namelijk foutloos Nederlands, als we al wisten wat dat was.

Als ik zeg dat de discussie al jaren loopt, lieg ik niet, al moeten we dan wel meerdere vormen van (destijds nieuwe) media beschouwen. Dat betrekken van meerdere media maakt de zaak hier en daar wat complex, maar het is dan ook een zeer complexe materie. Omdat “nieuwe media” vaak niets anders is als oude media op een nieuw platform ontkomen we er niet aan helaas, daarnaast maakt de Nederlandse wetgeving met al zijn zijwegen, jurisprudentie, arresten het gebied sowieso al tot redelijk ingewikkeld.

Internetsites,vooral startende,  halen hun content of delen ervan nogal eens op, door een “robot” bij de concurrent neer te zetten. Minder prettig effect daarbij is, dat soms over een gebeurtenis op een Internetpagina 6 maal een artikel stond vanuit verschillende bronnen. Bij het handmatig overnemen van artikelen wordt vaak het zogeheten knippen en plakken (copy en paste) toegepast. De Internet editie van o.a. het Eindhovens Dagblad  zet tegenwoordig onder iedere strofe dat er copyright op het artikel rust. Sommige van die artikelen zijn overigens, weer direct geplukt uit de persberichten van de politie. Zelfs de fouten in taal en stijl worden regelmatig klakkeloos overgenomen, zoals onlangs, toen er sprake was van het inrekenen van een fietsendief door een toevallig passerende patrouillewagen in de Kerkstraat. Tja politiewagens kunnen veel, deze dagen.

Een muzikaal uitstapje in muziekrechten

Nu is het natuurlijk niet alleen de schrijvende pers die last of gemak heeft van beschermingonder auteursrecht. In de muziek is het al jaren zo. En dan bedoel ik niet onbewust plagiaat, dat ook voorkomt, maar het gebruik van muziek. Youtube uploaders kennen het verschijnsel wel van de verwijderde audio, de in zekere landen verboden filmpjes etc. Het zal je maar gebeuren, je maakt iets en een ander gebruikt het, zonder daarvoor minstens toestemming te hebben. Je hebt dan schade…. Misschien niet, misschien geldt hier ook weer het omgekeerde. Een zo’n bekend omgekeerd geval is natuurlijk “Conquest of paradise” van Vangelis. Een muziekje in een film die niet opviel, noch de film noch de muziek. Het deuntje had zo de vergetelheid in gekund, totdat een bokser bij zijn entree in de ring dit gebruikte. Iedereen vroeg zich af wat het was en waar het vandaan kwam. Tegenwoordig geldt het nummer als een evergreen en heeft het Vangelis beroemder gemaakt dan hij al was. Een dat is lang niet het enige voorbeeld. Ster.nl heeft een hele infobank gemaakt voor in commercials gebruikte deuntjes. Sommige van die al oude deuntjes schieten opnieuw hitparades in.  In de muziek is de rechtendiscussie al oud. Daterend ongeveer van de intrede van de eerste spoelenrecorders eind jaren 40, werd dit later herhaald bij de intrede van de compact cassette en nog later toen bleek dat cd’s makkelijker te kopiëren waren dan te kopen.

Nieuwe media

Nieuwe tekstmedia heeft daar ook al lang last van, want nieuwe (tekst) media is er ook altijd al geweest. Al is de nieuwe media van toen, natuurlijk nu geen nieuwe media meer, maar vaak vergeten media. Maar eens was het wel nieuw, verschijnselen als teletext, RITS (razendsnelle interactieve teletekst), BBS, Videotex, lokale omroep. Wie herinnert zich niet de start van de prille lokale omroep in Eindhoven. De uitzending van de plaatselijke carnavalsoptocht….zonder muziek, een rechtenkwestie.

Kijken we verder in de muziekindustrie zien we veel werk van muzikanten, dat u niet meer kunt krijgen op dragers als cd, dvd of mp3. Veelal is dat een rechtenkwestie. Voordat je iets uitbrengt moet je toestemming hebben. Maar wie zijn de rechthebbenden? Vele contracten zijn in het verleden afgesloten op analoge technieken en gelden niet voor digitale technieken. Een zoektocht dus naar de rechthebbenden, die vaak onvindbaar blijken. De componisten zijn overleden, de rechten zijn overgegaan op familieleden, dochters zijn van naam veranderd, kinderen dragen de naam van de vaders, verhuizingen, kortom een speurtocht alom. Daarom laat men het liever zoals het is, de oplagen en de winsten er uit zijn vaak minder dan de te verwachten opsporingskosten. Dan blijft de wereld er maar van verstoken.

Video

Verder zitten we in het Europese Nederland in een rampgebied, qua taal. Waag het eens iets op de markt te brengen zonder begeleidende Nederlandse tekst, of zoals bij filmmateriaal de vertalingen of ondertitels. Jaren geleden werd ik daardoor al geplaagd bij de chronological Donald deel 1. Deel 2 is nooit hier aangekomen ( tegenvallende omzet?) en deel 3 en 4 die ook bestaan, missen we ook. Louter en alleen omdat de schijfjes niet 1 op 1 op de markt konden worden geslingerd. Zo ook de oude serie “The fugitve” waarniet alleen sprake is van een te maken ondertiteling, maar waar ook nog eens sprake was van een rechtenprobleem bij de ondersteunende muziek. Hierdoor zijn vele stukjes muziek in de serie vervangen door een niet bij de serie passend synthesizer deuntje. Echte liefhebbers laten zich natuurlijk niet tegen houden. Kopen bij Amazon of als zelfs dat niet meer kan,  een torrent meesnoepen. Ben je eenmaal in zo’n kanaal beland, volgt er snel meer, vooral voorbeelden van hoe de Nederlander slechts een klein en onvolledig kijkje krijgt in de historie van beeld en geluid. Herinnert u zich Olive nog uit “On the buses”? Goed nieuws dan, U kunt de “volledige” reeks kopen. Dat wil zeggen, u koopt seizoen 3 en 4. Naar seizoen 1,2,5,6 en 7 kunt u fluiten, tenzij u de torrents opzoekt. Dan krijgt u het wel zonder ondertiteling, maar vooral de laatste seizoenen bestaan voor het merendeel uit “catchfrases”  als “I’ll sackyou for this” en “That will make my day”. Te volgen zonder veel problemen dus.

Muziekrechten

Als laatste in de muziekgroep kunnen wij even de vraagtekens zitten bij het optreden van de BUMA. Ik heb dit al een herhaaldelijk aantal malen slavernij genoemd en kom daarbij eigenlijk op voor de muzikanten die bij de Buma zijn aangesloten. Ik liep hier tegenaan toen ik een tekst voor een lied schreef en de muziek erbij liet componeren door een bekende en bevriende muzikant. Hij deed dit voor mij en de goede zaak natuurlijk geheel belangeloos. Nee zei de BUMA, de muzikant heeft niets weg te geven, het is niet van  hem maar van ons. En zo heb ik de artiest via de Buma moeten betalen voor zijn werk. Van de Buma heeft hij overigens nooit een cent gehad voor dit nummer. een tweede maal trap je er niet meer in dus neem je een muzikant die niet bij de Buma is aangesloten. Werkt ook al niet, Buma zegt, misschien is het wel gekopieerd van werk van een muzikant die wel bij ons is aangesloten, dat bepalen wij wel, dus eerst betalen anders krijg je geen toestemming om te reproduceren. Ook van dat geld heb ik nooit iets terug gezien, of gehoord dat het gekopieerd was. Dit betekent dat zelfs als ik voortaan maar besluit om zelf de muziek te componeren ik nog steeds een organisatie moet betalen om te onderzoeken of het niet is gestolen van een van hun leden. Het maakt mij vleugellam en boos. Maar ik zit niet bij de pakken neer, qua muziek heb ik persoonlijk de bewijslast maar omgedraaid. Ik gebruik en ik hoor het wel. Vooraf doe ik niets meer, het remt te veel op het mooiste van wat een mens heeft, zijn creativiteit. En daarom steel ik niet, al gebruik ik wel. Ik erken de rechten als die er zijn en wens overeenstemming te krijgen met de enige rechthebbende in mijn ogen, de maker.  Vraag aan een muzikant wat hij wil en tien tegen een, dat hij zegt; “Beroemd worden.” Daar help ik dan, net als die bokser soms een beetje aan mee, anders voel ik me net een bloemenkoopman die uit zijn eigen winkeltje niet eens een bloemetje mag meenemen.

Het geschreven woord

Terug naar de schrijvenden, de schrijvers in de nieuwe media. Als ik zo de artikelen hier en daar  lees, gaat het meestal om  journalisten. Dan met name nog de schrijvers om den brode pur sang. Ze zijn er in soorten en waarschijnlijk ook in maten. In wat nu de nieuwe media is hebben zij het moeilijk, precies als de muziekindustrie die nu ten ondergaat juist aan het nieuwe medium door de eenvoudige manier van repliceren. Control C en Control V.

Vroeger op de lagere school leerde je al over de stukjes in de krant. De eerste alinea was feitelijk, daarna kwam de inbreng van de journalist, zijn mening, zijn uitdieping, zijn getuigenverslag, zijn interviews. Over dat feitelijk stukje kunnen we kort zijn. Dat valt onder vrije nieuwsgaring en is zonder rechten. Niet geheel naar genoegen van de journalistiek trouwens, ik las laatst al ergens een betoog om bijvoorbeeld de persberichten van de politie af te schermen van het gewone publiek.

Het dappere autootje

Juist toen die vraag rees las  ik het verhaal in een internetkrant over die passerende politieauto die zo heldhaftig was opgetreden in een eerdere paragraaf van dit artikel. Juist toen ook ben ik politieberichten uit de regionale krant en op internet gaan vergelijken met deze persberichten. In veel gevallen was het ook hier “plain copy en paste”, grappig was dat dit zo opviel omdat het bloemige politietaaltje ook werd overgenomen. Daar dit ineens bij de politieberichten achterwege bleef, en ik toevallig in verband met een overlijden op het bureau was, heb ik even nagevraagd of er misschien een nieuwe voorlichter was, het viel zo op. Ik refereer hierbij onder andere aan een artikel over een oplettende surveillant die op het fietspad van de Noord Brabantlaan in Eindhoven een bromfietser ontdekte die zonder helm in de verkeerde richting reed.

Gewoon dus een politieman die in mijn ogen gewoon zijn werk deed, of is de taak van een surveillance slechts de voor criminelen zichtbare aanwezigheid of erger nog, lekker met je collega kleppen over alles wat je bezig houd, al toerend door de stad. Natuurlijk ben ik als burger best blij met de vangst, maar dat oplettende  is mij echt iets te veel, al helemaal als dit ook letterlijk in de krant is terug te vinden. Affijn op letterlijk overgenomen persberichten, of mededelingen via ANP kan een journalist natuurlijk geen rechten doen gelden anders dan alleen de plaats  waar ik het gelezen heb. Refereren kan altijd, maar er zit niets eigens in, dus waarom zou je. Je kunt er wel leuk misbruik van maken door juist WEL te refereren. Door ANP gepubliceerde epistels zijn namelijk soms bezijden de waarheid en gekleurd. Door een referte naar een krant, vermijd je dan de pek en de veren, als het bericht later onjuist is.

Linkjes op het net

Als een journalist wel waarde toevoegt en dit is duidelijk afgescheiden van het feitelijke is een bronvermelding natuurlijk wel het minste dat je als overnemer kunt doen. Sterker nog als wetenschapper moet ik dat wel doen, al hetgeen ik aandraag moet naspeurbaar zijn voor anderen die mijn werk willen controleren. Helaas heb ik dan niets aan verwijzingen naar links in de nieuwe media, omdat ik er geen macht over heb en een link morgen verdwenen kan zijn. Ik moet het dus veilig stellen en toegankelijk houden om mijn eigen werk te borgen. Geraadpleegde boeken waarvan ik verwijzingen opneem, zijn dus ook steevast in mijn bezit of er zijn kopieën gemaakt van de artikelen. Mijn werk, dat verwijzingen bevat, die niet, in laatste instantie via mij, zijn na te speuren zijn gewoon voor mij als niet geschreven.

Over dat linken is ook heel wat te vertellen. Bijna onder iedere artikeltje staat tegenwoordig wel een mogelijkheid om een link naar het artikel te verspreiden per email, twitter, facebook of anderszins. Dat vind men dan weer wel prima, terwijl deeplinken nog altijd als “not done”wordt beschouwd. Dit wordt bijvoorbeeld vaak gedaan in fora. Een plaatje bij je artikel door middel van een link naar de vindplaats. Dan genereer je verkeer, waar de plaatser niet om verlegen zit en soms zelfs voor de gebruikte bandbreedte moet betalen. Kranten vinden het linken blijkbaar prima, juist omdat het verkeer genereert. Want dat boost weer de statistieken en dat weer de marktwaarde voor een site, zodat reclame beter verkocht wordt. Overnemen van het artikel met een bronvermelding doet dat niet en wordt dus als ongewenst ervaren. Dat linken wordt dan weer als ongewenst ervaren door de contentaanbieders want heb je eindelijk een bezoeker op je site, dan jaag je hem zo wel weer weg.

Onderzoeksjournalistiek

Ten lange leste hebben we nog onderzoeksjournalistiek. In 1992 bestond het woord niet eens. (van Dale) en je kunt je afvragen of het nu wel zou moeten bestaan. Dagbladschrijvers die ook nog eens dieper ingaan op de beschreven materie. Al de inspanningen van het bijvoorbeeld undercover gaan, wat brengt het ons? Wordt een groep wetenschappelijk onderzocht heb je direct dit probleem. Maak je geen deel uit van de groep, zie je dan wel alles, je weet het niet. Maak je deel uit van de groep, maar blijf je op afstand en doe je niet daadwerkelijk mee, gedraagt de groep zich dan exact zo, dan als je er geen deel van uitmaakte, Doe je gewoon mee in de groep, (het pure undercoverwerk) is het resultaat dan niet mede bepaald door het eigen gedrag? Zo eenvoudig ligt het dus niet, met dat undercovergedoe. Een dergelijk epistel overnemen zonder bronvermelding is dus niet handig, want valt de originele bron door de mand, dan jij ook.

Bij echt wetenschappelijk onderzoek is dat anders, alles wordt vastgelegd en gepubliceerd. Dit op een zodanige wijze dat een ander het kan herhalen onder dezelfde omstandigheden. Komt er de zelfde conclusie, dan geldt dat natuurlijk als eervol naar de eerdere onderzoeker. Komt er een andere conclusie, dan volgt er een breed onderzoek naar de omstandigheden en altijd staat de waarheidsvinding voorop en niet het geldelijk gewin. Maar dat geeft nog steeds geen oplossing voor de rechtenkwestie in “de nieuwe media”.

We zouden net als bij lege cassettes, cdroms, dvd roms, en kopieerpapier een toeslag kunnen bedenken op uw internetverbinding. Dan worden er wel rechten betaald, maar net als bij genoemde voorbeelden, is het niet de maker die profiteert. Internet rechtenvrij houden zoals het oorspronkelijk bedoeld was is een optie, maar dan moet er bij vele contentmakers wel een knop om. Misschien besluiten ze wel om dan geen content meer aan te leveren, maar dat willen we in veel gevallen ook niet.

Diepvriesinformatie

Mischien moet het content anders worden. Daar voel ik wel wat voor. Dat nieuwssites op internet het nieuws van gisteren aanleveren. Daar is veel vraag naar. Kijk ik alleen naar mijn eigen persoon geniet ik van het online zetten van archieven. Het archief van de Leeuwarder Courant heeft mij veel geleerd over Kapitein Postma, mijn overgrootvader van moederszijde. Het gemeentearchief van Den Haag levert mij heel veel informatie over de woonplekjes en gedragingen van voorouders in het Haagse. Trouwe lezers van mijn blog weten dat. Nieuw nieuws was al gratis (vrije nieuwsgaring). Hoeven we alleen nog iets te bedenken voor de aan het nieuws geplakte eigen bijdrage van een journalist. De zogeheten verdieping, achtergrondinformatie etc. Voor een deel is dat eenvoudig. Internet is zo snel dat een gedegen achtergrondinformatie haast panklaar moet liggen, als zich iets voordoet. Op panklare “diepvries” info zit niemand te wachten, dus als er al zo iets is van toegevoegde waarde op een internetartikel dan is dat zeer beperkt. “Diepvries”info zie je nog wel veel op TV: het bekende legertje deskundigen dat bij calamiteiten wordt opgeroepen. Het spuit met zeer weinig informatie over het actuele allerhande info over ons heen met een hoog gehalte aan “alsen” en “indienen”. Ik denk dat het in deze niet nodig is te refereren aan de sketches van “Kooten en de Bie” met Hans Klavan. Neen, “diepvries” info, daar zit eigenlijk niemand op te wachten. De enige verdienste ervan,  was als bron voor die geweldige persiflage.

De minieme artikelen

Wat er dan nog rest is miniem. Zo miniem dat je denkt, is het de praat nog waard? Miniem, wat is miniem? Mag ik ter beroordeling  u een artikel voorleggen? Ik zal het uit het hoofd citeren en zonder bronvermelding, hetgeen echter niet betekent dat het uit mijn duim komt.

“Aan de Tongelresestraat is gisteravond brand uitgebroken op een zolder. De zolder is geheel uitgebrand, naastgelegen woningen hebben rook en/of waterschade. Er zijn voor zover bekend geen gewonden gevallen . Over de oorzaak is  nog niets bekend……BRONNAAM… Op dit artikel berust copyright.”

Wel: mijn opinie is dat er geen copyright op dit artikel rust, al zet je het er 10 keer onder. Het is niet alleen mijn opinie, het is de wet. Al mag je zoals altijd bij wet een slag om de arm houden. Nederlandse wetten zijn een crime op zich. Of iets nou wel mag of niet, er zijn altijd uitzonderingen. De kunst is dan een vorm te kiezen dat iets onder de uitzonderingen valt.

De wet

Copyright of de Auteurswet (1912)  is echter hier wel heel duidelijk.

Artikel 1

Het auteursrecht is het uitsluitend recht van den maker van een werk van letterkunde, wetenschap of kunst, of van diens rechtverkrijgenden, om dit openbaar te maken en te verveelvoudigen, behoudens de beperkingen, bij de wet gesteld.

Volgens Wikipedia;

De Nederlandse auteurswet bevat ook een bijzondere bepaling voor nieuws en ook een bepaling voor het wettelijk vrijgelaten beperkt eigen gebruik. De auteurswet is niet van toepassing op zakelijk geschreven nieuwsberichten (auteursrechten kunnen dan niet voorbehouden worden, ook niet als dit nadrukkelijk door de maker geclaimd wordt). Dit geldt echter niet voor achtergrondartikelen, opiniërende stukken, columns en dergelijke.

Hiermede is denk ik voldoende ondersteund dat op het genoemde brand voorbeeld geen copyright rust. Dan de andere berichten. De bijna letterijk geciteerde politiepersberichten. Op de website politie.nl staat ook een copyright vermeld. Een persbericht is natuurlijk wel bedoeld om verder te verspreiden, dus kopiëren mag met bronvermelding. Vind je een persbericht van de politie via Persberichten politie op Emea.nl, dan moet de bron vermeld worden en ook een “via Emea”. Deze heeft namelijk weer het auteursrecht op de dataverzameling. Kortom bij kopiëren wordt niemands recht geschonden.

De dataverzameling geeft direct weer een probleem. U weet vast dat in zo’n beetje ieder boek staat….Niets uit deze uitgave…enz. Ik trof het zelfs aan in het boekje Brabantse Spreekwoorden. (geldt overigens ook voor vergelijkbare uitgaven). Daar is het uiteraard weer “over de richel” . U mag de spreekwoorden gerust overnemen, slechts op de verzameling kan een auteursrecht berusten, immmers er is een stukje creativiteit geleverd…wat wel en wat niet.

Naast al die tekst hebben we natuurlijk ook nog afbeeldingen en foto’s die vaak een artikel verlevendigen. Op het gebruik van fotomateriaal rust ook auteursrecht en dat lijkt een stuk duidelijker, al is daar ook veel rechtspraak en jurispredentie over. Een foto van een doos op een wit vlak is rechtenvrij, de foto van een bestaande woning weer niet.

Als het een woning is van een speciaal karakter (bolwoningen, blomwoningen etc. is er weer wel auteursrecht). In de openbare ruimte mag gefotografeerd worden maar wel met een handcamera. Afgebeelde personen kunnen onder portretrecht vallen en kunstwerken mogen in de openbare ruimte worden vastgelegd als deze kunstwerken permanent zijn opgesteld in deze openbare ruimte, op voorwaarde dat ze zoals zodanig worden afgebeeld. Ik neem aan dat hier bedoeld wordt een stukje omgeving meenemen. Ik mag dus niet een door X gemaakte foto publiceren van bijvoorbeeld een station, maar mag zelf wel deze foto gaan maken en publiceren. Is er dan nog verschil in deze digitale tijd met een foto van het beeldscherm? (printscreen). Graffiti valt onder de kunstregel, maar sinds wanneer is graffiti permanent? Kortom, hebben we eindelijk enige duidelijkheid (minus de grensgebieden) de illustraties maken het wat moeilijker. Niet alleen voor mij en voor u maar ook voor Telegraaf, Nu en anderen.

Afbeeldingen bij artikelen

Een voorbeeld dat het gebruik van afbeeldingen bij tekst weergeeft is een artikel uit de Telegraaf over (vermeende) fraude bij straatcoaches in Amsterdam. De Telegraaf publiceert een vraaggesprek met enkele van deze coaches en “versiert” het artikel met een afbeelding, een foto van de Stopera. Nu.nl neemt het artikel over met bronvermelding maar plaatst een abeelding van jongeren zittend op een kademuurtje. Een plaatselijk internetkrantje neemt het artikel over met bronvermelding Nu.nl en plaatst bij het artikel een foto (via Google gevonden)van een op de rug geziene straatcoach . Op de rug van zijn jas is het logo zichtbaar van To Serve and Protect (TSAP). Dat lijkt zeer passend maar levert ze het volgende commentaar van TSAP op.

Na de negatieve berichtgeving over het slecht functioneren van de straatcoaches in Amsterdam, worden ons veel vragen gesteld door (terecht) bezorgde opdrachtgevers, journalisten en andere belangstellenden.

To Serve and Protect (TSAP) levert al sinds oktober 2009 geen straatcoaches meer aan de Stichting Aanpak Overlast Amsterdam (SAOA). Het contract is destijds, na een aanbesteding, gegund aan Trigion. De werkwijze van Trigion is blijkbaar anders dan die van TSAP – zo werken wij bijvoorbeeld niet met quota. Is er niets te melden, dan is er niets te melden.

Toch wordt er beeldmateriaal van TSAP-straatcoaches en het TSAP-straatcoachlogo gebruikt in de media om de berichtgeving over de malversaties in Amsterdam te begeleiden. Wij verzoeken de media geen beelden meer uit te zenden of foto’s te plaatsen waarop onze straatcoaches en ons logo te zien zijn.

Wij distantiëren ons volledig van de gang van zaken in Amsterdam. Met lede ogen zien wij aan hoe het straatcoaching, zoals wij dat succesvol in Amsterdam hebben geïntroduceerd, in een negatief daglicht komt te staan en beneden peil functioneert.

Nog erger vinden wij het voor onze eigen straatcoaches. Zij werken, keihard en zeer consciëntieus, op dit moment in Almere, Veenendaal en Culemborg aan het veiliger en leefbaarder maken en houden van buurten en wijken voor alle bewoners, jong en oud. Zij verdienen het niet om hun vak zo te schande gemaakt te zien worden.

En zo blijkt maar weer dat het lastig is om passend beeldmateriaal bij een artikel te plaatsen. Misschien wel daarom dat Nu en Telegraaf zich beperkt hebben tot het plaatsen van dertien in een dozijn fotomateriaal. Al kan ik het mij voorstellen dat nu vier gedupeerde jeugdigen opspringen omdat zij zijn afgebeeld naast een stuk dat over moeilijke jeugd gaat.

Tot slot

Het lijkt er op dat er geen wettelijk kader is voor journalistieke media op mobiele platforms. Immers de bijdragen zijn kort en zakelijk, er zit nauwelijks een eigen bijdrage aan. Daar waar dat wel zo is, geldt natuurlijk wel auteursrecht, maar dan nog alleen op dat stuk, dat enige creativiteit heeft verlangd. Wil men revenuen halen uit een website voor mobiel gebruik, zal dit uitsluitend kunnen door de verkoop van reclamecapaciteit en eventueel een afgeschermde  site, die slechts tegen betaling zichtbaar is. Men zou ook met een “lees verder”knop een “pay per view” kunnen verlangen . Het hangt echter volledig van de concurrentie af, of zoiets een kans van slagen heeft, nog daargelaten of een site-eigenaar dit wenst. Ook, maar dit valt buiten dit artikel, kun je je afvragen hoelang de levenscyclus zal zijn van het mobiele internet zoals we dat nu kennen en in verband daarmee een terugverdientijd van investeringen die je moet doen om een website zo in te richten dat hij, uitgezonderd reclame, nog andere revenuen genereert. Misschien is het nog niet zo gek om te redeneren zoals ik al jaren doe, mijn website is een cadeautje voor de wereld. althans voor wie het wil. Ik betaal de kosten rond mijn domeinen en ik betaal voor hosting en ik betaal voor bandbreedte. Ik vermeld mijn bronnen en geef de makers van stukjes freeware de credits die ze verdienen. Ik ben wars van reclame op mijn site en ik meet niet eens het verkeer. Op mijn beurt ben ik blij met iedereen, zowel personen als instellingen die dat ook doen. Want dat is internet in optima forma. Ik zie me nog op mijn fietsje gaan naar het gemeentearchief op de Loosduinseweg in Den Haag. Dagenlang zoeken in enorme kaartenbakken, indexkaartje voor indexkaartje, later werd dat het ijspaleis met microfiches honderden indexkaarten tegelijk voor je neus. 30 jaar later tik je op de archiefsite een naam in en je verleden staat voor je neus. Deze ontwikkelingen zijn alleen maar mogelijk door inzet uit enthousiasme en niet uit winstbejag.

Duidelijk is wel dat op dit artikel overduidelijk auteursrecht geldt. Overname met bronvermelding mag van mij echter. Sterker nog, het is gewenst, omdat ik hoop dat het een discussie in een ander licht plaatst. Wat betreft mijn eigen websites, ik ben een contentgenerator met voornamelijk eigen werk. Daar waar ik werk van anderen plaats is er normaalgesproken minstens een bronvermelding. Daar wat dat niet gebeurd is, is er sprake van onzorgvuldigheid of een niet duidelijke  bron. In ieder geval, gebruik ik, wat ik vind dat ik moet gebruiken, zonder dat ik daarmee afbreuk wens te doen aan rechthebbenden, maar wel zonder toestemming vooraf. Constateert men afbreuk, inbreuk, stel mij hiervan dan onmiddelijk op de hoogte, dan komen we er wel uit.

Geraadpleegde bronnen:

  • Telegraaf.nl
  • Nu.nl
  • Grootoost.nl
  • Ed.nl
  • Eindhoven.dichtbij.nl
  • Wikipedia
  • politie.emea.nl
  • Gemeente archief Den Haag
  • Archief Leeuwarder courant
  • Archief strafkoloniën
  • SAOA
  • tsap
  • BOL.COM
  • ANP
  • Buma
  • Amazon.com
  • Politie.nl
  • Eigen archief en boekenrij

 

Parkhotel Den Haag

March 2nd, 2011

Ik wandel nog altijd vele genoeglijke uurtjes. Vroeger op straat en sinds mijn buikje wat is toegenomen en de hoeveelheid hoofdhaar wat verminderd, meer en meer op het internet.Vandaag neem ik u mee op wandeling door Den Haag, een reis die eigenlijk ook een beetje een tijdreis is geworden. We blijven op één plek en maken een reis door tijd, stijl, sfeer en ambiance. Meer precieze plek is de Molenstraat 53 , ook wel bekend als Parkhotel. Aan het begin van de 19e eeuw was dit een schoolgebouw. Uit die tijd stamt nog het Berlage trappenhuis. U merkt het voor een goede stadswandeling met interessante plekken hoef je nooit ver te lopen. Ook op internet niet, mijn verleden blogs over het middenstandshuis, de woning van mijn overgrootvader, en het paleis liggen allen binnen een cirkel van 200 meter. Het stukje tekst dat u nu leest is echter net opgehaald bij onze Amerikaanse server dus afstand, ach het blijft een relatief begrip. Ook en dat zal een trouw bezoeker van onze homepage wel gemerkt hebben, zijn er heel wat oude ansichtkaarten te vinden in de fotogalerij en webcards delen. Op zoek naar nieuw materiaal kwam ik weer een plaatje tegen om u tegen te zeggen. Ik kan er echt lang naar kijken en ontdek steeds iets nieuws. Uiteraard wil ik het u niet onthouden, kijkt u rustig, neemt u alle tijd om de sfeer en ambiance op te snuiven.

parkhotel

Parkhotel, zou dat nog bestaan denk je en uiteraard geeft het internet met een prachtige hotel website het antwoord. Er zijn ook foto’s op de site.Op een der foto’s komt het plafond bekend voor. Het is dezelfde zaal, gemoderniseerd in 2005. Strak, kil, overgeorganiseerd, aantal tafels gemaximaliseerd. Heel de sfeer en ambiance uit het begin van de vorige eeuw is verdwenen. Toch kan het zijn dat u het mooier vind, mooier dan de op Delcampe gevonden ansichtkaart. Oordeelt u zelf.

Wat een verschil. Over smaak valt niet te twisten, ik zeg dus niet dat ik het een mooier vind dan het andere. Misschien zou de zaal nu wel leeg blijven, als hij nog oogde naar de eerste afbeelding. Wellicht ook dat de warenwet van tegenwoordig de inrichting van toen niet meer op prijs stelt. Verder speuren vond ik trouwens op het historie-residentie net nog een afbeelding van voor de modernisering in 2005. parkhotel3 Het is dus een echte reis door de tijd geworden. Voor wie meer over het Parkhotel en zijn geschiedenis te weten wil komen en ook even op internet wil rondbanjeren kan ik de volgende tips geven. http://historie.residentie.net/parkht.htm met trouwens veel meer informatie over het oude-centrum en Den Haag en natuurlijk de website van het hotel http://www.parkhoteldenhaag.nl. Ook eens avonturen op de internetveiling van Delcampe (www.delcampe.net). Ik koop er regelmatig en ben zeer tevreden.

Hendrik Julianus Erkelens

February 10th, 2011

Het zat er een keer aan te komen maar toch nog onverwacht is op 16 december mijn tante overleden, 9 jaar na haar man. We zijn niet echt familieziek binnen onze familie en wat ruzies waren er de oorzaak van dat we zeker 20 jaar al geen contact hadden. En dan ineens belt de politie op, tante is levenloos aangetroffen in het toilet van haar woning. Uit gesprekken met buren die haar steevast niet bij de naam noemden maar haar kenden als het “Haagse vrouwtje”wordt veel duidelijk.

Mijn tante en oom beide Hagenezen pur sang, zij huisvrouw en hij in leven rijksambtenaar bij de PTT hebben een woonverleden van vele Haagse jaren o.a. aan de Diamanthorst en aan de Barnsteenhorst. 28 jaren geleden waren ze na een reguliere vakantie in Meijel vastbesloten te verhuizen naar een vinexwijk in groeistad Helmond.
Sinds de dag dat ze hun huisje daar betrokken kende het stel een enorme heimwee naar Den Haag. Als je ze sprak draaide daar ieder gesprek wel op uit, tot vervelens toe. Beide lichamen zijn nu terug in Den Haag. Begraven op de RK begraafplaats St. Barbara waar ze een familiegraf hebben. Nadat ik de sleutels van het huis heb gekregen aan mij de taak om het leeg te maken. Een moment om door te dringen aan tasbtare en minder tastbare herinneringen aan een Haags verleden van hen, maar ook van mij. Foto’s waren er niet veel en ook niet veel familiedocumenten die een tipje van de sluier over groot en voorouders kon lichten. Over Ome Sjaak wist ik helemaal niet veel. Een zeer rustige man die we in de Haagse tijd meestal ontmoeten op Midden Noord in het Zuiderpark. Na zijn verhuizing zat hij meestal op zondag in een hoekje naar de radio te luisteren want de verrichtingen van ADO, FC. Den Haag/ Ado en  FC Den Haag werden miniem gevolgd. Wat zou hij nu trots zijn op onze club, die als vanouds presteert.

In het huisje trof ik twee schilderijen aan. Geen Rembrandts en vol fouten als een tegen de klok in draaiende klok.
Op een der werken stond geschreven ; Door H.J. Erkelens-Sr 28 april 1935, Den Haag – Voor moeder haar 65ste verjaardag. Aan de beeldzijde een interieurtje met o.a. een aardappelschillend meisje en de eerder genoemde valse klok. interieur met aardappelschillend meisje

Op het andere werkje staan twee runderen bij een schuurtje.

Runderen door H.J. Erkelens

Een snelle zoektocht op internet levert alleen op dat er een H.J. Erkelens is geweest, die huis en kunst schilder was. Later kwam het trouwboekje van tante en oom boven water. Oom Sjaak Rodenburg bleek een zoon te zijn van Marinus Rodenburg en Wilhelmina Erkelens. Door de namen Erkelens werden de schilderijen en de familie met elkander verbonden , maar hoe zat het nu precies.  Maar eens raad gevraagd bij de in genealogie zeer bedreven Karel Uittien die wonderlijk genoeg binnen enkele uren reageerde met de antwoorden.

Hendrik Julianus ERKELENS, huisschilder (1890) hofbeambte (1918), geboren te
‘s-Gravenhage op 08-06-1869.
Gehuwd op 21-jarige leeftijd te ‘s-Gravenhage op 18-06-1890, met de 20-jarige
Wilhelmina BERKHUIJSEN, geboren te ‘s-Gravenhage op 29-04-1870,

Uit dit gezin kwamen maar liefst 8 kinderen voort Lodewijk Willem, Wilhelmina, Hendrik Julianus,Francoise Levina Suzanna, Klaas, Johannes Carolus, Paul Johannes en Karel Albert. Het tweede kind en oudste dochter, Wilhelmina, was dus de moeder van mijn oom Sjaak.(Jacques). Hij moet ook nog een zus gehad hebben met de naam Wilhelmina Petronella geboren op 1 juli 1919, van haar bespeur ik echter niet veel.

Wat dat hofbeambte inhield is onbekend maar op internet kwam ik ook beroepen bij zijn naam tegen als palfrenier en kamenier. Buiten de Haagse jaren is hij enkele jaren werkzaam geweest in Apeldoorn en verder staat als zijn adres opgegeven Noordeinde 72 (kon. paleis). Dit laatste geeft dan weer wat licht bij een aantal oude foto’s uit het verder schamele bezit. Een man in burger rok uniform, Dit moet dus Hendrik Julianus Sr. de schilder,kamenier, hofdienaar en palfrenier zijn geweest.

Een vrouw op een oude foto is dan ongetwijfeld Wilhelmina  Erkelens- Berkhuijsen geweest.

In het huis was van alles te vinden, in het naaidoosje tussen de oude knopen een camee en een hanger  met delfts binnenwerk tussen de fietsonderdelen in het schuurtje.

Erg rijk zullen we er wel niet van worden, maar het is zo enorm leuk om alleen namen en data in kwartierstaten eens afgewisseld te zien met tastbare hebbedingetjes van de “gewone” man uit het Den Haag van begin vorige eeuw.

N69 perikelen

September 29th, 2010

Het is alweer een jaar of twee geleden dat Trots op Nederland afdeling Eindhoven een onderzoek deed naar de punten die leefden onder de Eindhovense bevolking. Dit onderzoek zou de basis moeten vormen voor het verkiezings- en partijprogramma van die afdeling. Onze adviseurs voerden direct de oostelijke randweg op en de directe weg van Eindhoven naar Lommel. Deze punten zijn later om verschillende redenen weggelaten uit het programma.

Voor zomaar een stelling dat die wegen er moeten komen vind  je zeker bij mij een tegenstander op het pad.
Niet dat ik tegen filebestrijding ben, of vind dat er geen oplossing moet komen. Het tegendeel is waar, maar er zijn meer belangen, dan alleen die van aan de route liggende bewoners, of verkeersdeelnemers. Het zuidoosten van Eindhoven is juist een van die gebieden die we met zijn allen zo veel mogelijk met rust dienen te laten, en voor we iets kiezen dat wellicht in eerste instantie de minste weerstand oplevert maar waar we later veel spijt van gaan krijgen, is goed nadenken hier de enige juiste boodschap.

Gedurende 2 jaar  heb ik de N69 mogen betrekken in het woon-werkverkeer. Nu ben ik geen 9 tot 5 man en heb het traject dus gereden op verschillende tijdstippen. Mijn algemene indruk is dat de N69 een heel prettige weg is die mij des morgens al in een goed humeur brengt. Vooral als de zon schijnt, geeft het Valkenswaardse centrum zo’n kustweg naar St.Tropez gevoel. Wat betreft drukte en oponthoud viel het om een uur of 7 reuze mee. De drukte zat eigenlijk in tegenovergestelde richting waar vele Belgisch-Limburgse grenswerkers op weg zijn naar Eindhoven. Ik heb ze wel eens geteld, die rood met witte nummerplaten en ruim 2/3 van de tegenliggende auto’s kwam uit Belgie. Hoewel het goed druk is aan die zijde van de weg, zijn er overigens in de vroege ochtenduren nauwelijks problemen. Rijd je het stuk na 10 uur, dan loopt de reistijd flink op in beide richtingen en op sommige momenten staan de dorpskernen van Aalst en Valkenswaard vol wachtend verkeer. Een onwenselijke situatie.

Wat is de oorzaak hier nu van? Mij is gebleken dat er 3 hoofdoorzaken zijn aan te wijzen.
Ten eerste het voetgangersoversteeklicht in het centrum van Aalst. Dit licht wordt bediend door voetgangers en fietsers die willen oversteken. Het doorkruist hiermee de matig aanwezige cadans tussen de verkeerslichten aan het begin en eind van de kern volledig. De doorstroming is ver te zoeken, het verkeersaanbod aan de lichten groeit harder dan de doorstroming toelaat met als gevolg filevorming in en vóór de kern.
Ten tweede is dit de zelfde situatie maar dan in de zo mogelijk nog drukkere Valkenswaardse kern.
Ten derde,  dit keer vooral in de richting van Eindhoven, het afwikkelen van het openbaar vervoer vanaf de busbaan. Regelmatig valt hierdoor een groenlicht periode voor het overige verkeer weg, met als gevolg filevorming op het stuk tussen Aalst en Waalre.

Tot zover de situatie overdag. In de avondspits, als alle scholieren, forenzen afkomstig uit Valkenswaard en  de grenswerkers zich weer naar huis spoeden ,is het aanbod van verkeer enorm, daarbij zijn de winkels nog open en het winkelend publiek is ook in aantal toegenomen. Meer overstekers dus ook en regelmatig staat het verkeer vast van de kerk in Waalre tot aan de Markt in Valkenswaard.

Een en ander wordt nog extra versterkt door beide verkeerslichten aan begin en eind van de markt.
Deze zijn zodanig ingesteld dat N69 verkeer dat de markt oprijdt, bij het afrijden van de markt weer mag stoppen. Ook, en dat mag zeker niet vergeten worden is het verkeerslicht aan de Geenhovensedreef in Valkenswaard. Als het licht allang groen is op de N69 zie je altijd nog snel roodrijders de Geenhovensedreef afkomen. Hoewel het zelden tot een ongeval leidt, komt het niet ten goede aan de groentijd voor het N69 verkeer.

Vrachtverkeer
Voor doorgaand vrachtverkeer richting Lommel is het overigens absoluut niet nodig gebruik te maken van de N69. Maar ze doen het wel. Als we de google route planner gebruiken bemerken we dat rijden via de A2, gerekend naar de Markt twee minuten extra kost. Doorgaand verkeer kan ook via de rondweg in Valkenswaard en komt dan bij de rotonde aan het eind van Valkenswaard weer op de weg. Uiteraard geldt deze berekening voor personen auto’s die op de A2 120 km kunnen rijden en daardoor weer wat tijd goed kunnen maken. Voor de vrachtwagen geld dat niet, maar de truckers houden maar zeer weinig rekening met de lange wachttijden door filevorming. Naar borden kijken ze ook al niet meer schijnt het, want op het verkeersplein Leenderheide is de weg naar Valkenswaard toch echt via de A2 aangegeven. Bij de rotonde in het zuiden van Valkenswaard staat ook duidelijk de route naar Eindhoven aangegeven en die is niet door de kernen.
Voor doorgaand verkeer is dus een alternatief en zeker met de uitbreiding van de A2 naar 3 rijbanen tussen Leenderheide en Valkenswaard een heel goed alternatief.  Truckers moeten dit niet opvatten als een belediging.
Minder dan jullie maar nog vaak genoeg maak ik van de weg gebruik en een ruim deel van mijn tijd ben ik bezig fouten en opzettelijke onjuiste gedragingen van medeweggebruikers te ontwijken. Meestentijds zijn dat gewoon personenwagens, maar inderdaad heb je er ook truckers bij zitten die het niet zo nauw nemen met geboden en verboden. Neem maar het tijdelijke verbod voor vrachtwagens om gebruik te maken van de oprit naar de A67 richting Den Bosch. Dat verbod was ingesteld door de enorm korte invoegstrook. Dagelijks gingen vrachtwagenchauffeurs hier bewust in de fout.

Onze Vlaams Limburgse vrienden mogen wij ook niet vergeten. Onder andere Kleine Brogel, Kaulille, Bocholt liggen allen in een wat afgezonderde Belgische hoek. Om vanuit de genoemde woonplaatsen naar bijvoorbeeld Turnhout te reizen is het bijna onvermijdelijk over Nederlands grondgebied te gaan. Ze hebben dan de keus uit twee alternatieven. De ene leidt over Budel naar de A2 en dan de A67 via Eindhoven of de andere binnendoor via Achel, Borkel en Schaft, Bergeijk, Eersel en dan verder via de A67. Voor de Limburgse Vlamingen is een zuidelijke variant een uitkomst.

De varianten algemeen
In vele varianten voor een gewijzigde N69 zien we vrachtwagenverboden ingesteld. Er is geen enkele reden echter om dat niet nu al te doen. Alleen bestemmingsverkeer Waalre en Aalst via de N69. Valkenswaard en verder via de A2.  In omgekeerde richting Valkenswaard via N69 en Aalst-Waalre via A2.

De oostvariant
De oostvariant kent vele subvarianten, ze zijn alleen bedoeld om de N69 binnen de kernen van Valkenswaard en Aalst-Waalre te ontlasten. De varianten hebben met elkaar gemeen dat ze het landschap oostelijk van deze plaatsen doorklieven en aantasten en nog steeds dicht bij de kernen liggen. Ze verleggen het probleem van de kernen naar het oosten en een voordeel voor het doorgaand verkeer is er niet echt. Het Valkenswaardse industriegebied is dan zelfs beter bereikbaar via de A2 variant.

De zuidvariant
Kent ook een drietal subvarianten.
Een ervan is al eerder genoemd als ontsluitingsroute naar Turnhout voor het Belgisch- Limburgse verkeer.
Verbetering van de weg N397 naar Eersel met ondertunneling, of verdiepte ligging bij de kernen van o.a. Bergeijk.
Een andere loopt goeddeels over Nederlands gebied ten zuiden van Luyksgestel naar de A67. Plaatselijk is de te realiseren aansluiting op de A67 al bekend als de “illegale” op- en afrit Reusel. Verkeer vanuit bv Bladel en Reusel maken veelvuldig gebruik van de vroegere wegen naar de douaneplaats.

Als we Google maps’ satelliet beelden gebruiken zien we dat de zuidelijke variant naast kort (ca. 11 km) en dus goedkoop is, ook de minst landschappelijke schade toebrengt. Daarnaast is het een prima ontsluiting van de Belgische provincie Antwerpen voor Belgisch Limburg. Ook ligt de weg deels op Belgisch grondgebied en dat betekent in Nederland minder procedures voor onteigening, een snelle realisering is dus mogelijk.

Kortom, ik ben er uit, ik ga voor Zuid in combinatie met de route via de N396 en de A2. U ook?

Bordewijk, het middenstandshuis

September 19th, 2010

het eiberschildHet is een blok van zes huizen, met tien deuren, aan weerszijden een tweetal boven- en benedenwoningen, in het midden een paar smalle herenhuizen. Minder echter dan een blok is het een huis, een tiendeurig huis, vooral van hier gezien, omdat het bekroond wordt door een ontzagwekkend brok pannendak als een zwart begruisde bergvlakte, mogelijk het hoogste dak uit de particuliere Haagse woningbouw.

Dat heb ik eerder gelezen, denkt u? Zou best kunnen. Het is een citaat uit de inleiding van “Het Middenstandshuis” van Ferdinand Bordewijk . Één van de fantastische vertellingen uit “Het Eiberschild”.

Het verhaal handelt om een vreemde woning, of eigenlijk meerdere woningen en zijn bewoners. Bordewijk een scherp opmerker en briljant schrijver laat in het verhaal “Het middenstandshuis” zien wie de bewoners zijn met elk hun eigen verhaal. De aannemer van Galen in Het herenhuis en de schilder Meerborger. Zij zijn de hoofdpersonen in het verhaal, doch eigenlijk gaat het Bordewijk niet om de personen het gaat hem om het huis.

De architect is hem onbekend, maar het vreemde van het huis is hem opgevallen. Één gigantisch dak en daaronder zes aparte huizen. Van mijn Haagse jaren waarin ook ik veel door de stad wandelde was het mij nooit opgevallen. Ik kende het verhaal van Bordewijk toen ook nog niet. Nu woon ik al lange jaren niet meer in Den Haag maar lees steeds meer over de stad van mijn jeugd.
Bordewijk is een fantastisch verteller en samen met de boeken van Bordewijk en bijvoorbeeld het fotoboek Den Haag en omstreken in 19de-eeuwse foto’s krijg je een prachtig beeld van het leven eind 19de en begin 20ste eeuw.

Bordewijk hoeft maar te verhalen over de baders aan het Noordzeestrand, de mannen in hun afgrijselijke streepjes badpakken of het foto boek levert er de plaatjes bij. Een geweldige combinatie maar er is meer.
Kent u Google-maps en Google Earth? Twee fantastische programma’s die u over de wereld laten reizen en soms inzoomen tot de straattegels  uw schermpje vullen.

Loopt men de Breedstraat uit, dan heeft men het tegenover zich, aan de andere kant van de vaart.
Googlen dus maar op Breedstaat, en zowaar. Zoom je in op het punt dat Bordewijk beschreef, zie je op die plek een enorm dak, nu in tegenstelling tot Bordewijk schreef met een gewoon oranje pannendak, in plaats van de zwarte pannen. Het valt onmiddellijk op in vergelijking met andere daken in zijn omgeving. Al inzoomend op het dak, onderwijl bordewijk als gids in de hand, klopt zijn minitieuze beschrijving van de twee dakkapellen aan de voorzijde, zijn beschrijving van de schoorstenen aan de zijden en op het dak. Evenzo zijn beschrijving van het dak aan de achterzijde met hellende en rechte ramen en talloze rookkanalen klopt nauwgezet.

Het genoegen van Streetview kennen we ook op deze plek, dus zoeken wij de voorzijde van het pand.
Zowaar. Alle panden op deze foto zitten onder het zelfde pannendak.  Alles wat Bordewijk beschrijft over de panden klopt. Dit maakt het lezen van Bordewijk tot een genoegen, het hele verhaal begint te leven voor je ogen.
En dat dankzij Google en een paar toetsen op je computer.

De enigen die het kunnen verpesten zijn bewindslieden in Den Haag. Hun vernieuwingsdrang zou er best wel eens toe kunnen leiden dat over een aantal jaren het pand is gesloopt en vervangen door een modern stuk beton met glas. Hetzelfde overkwam mij aan de tegenover dit pand gelegen Kalkoenstraat. Hier woonden mijn overgrootouders in de laatste jaren van hun leven. Van hun armetierige huisje rest niets meer, behalve een foto in het Gemeentearchief.

Bronnen:

  • Gemeentearchief Den Haag
  • Het Eiberschild,F.Bordewijk,Salamander
  • Den Haag e.o. in 19de-eeuwse foto’s, Kees Nieuwenhuijzen,van Gennep Amsterdam