Archive for the ‘Uncategorized’ Category

Het GGD-syndroom

Sunday, December 17th, 2017

Ik heb nogal wat positieve response gekregen over een van mijn blogs. Deze behelsde een nieuwe ziekte, door mij gedefinieerd als A-negativisme, ofwel het onvermogen van sommige mensen om negatief te kunnen zijn over negatieve aspecten in onze samenleving. Zij die altijd positief zijn en de gevaren daarvan.

Een nieuwe ziekte

Onlangs kreeg ik de vraag voorgelegd of er meer van dit soort in mijn ogen ziektes zijn. O, jawel hoor zei ik en noemde direct een paar voorbeelden. Thuisgekomen raadpleegde ik internet en de voorbeelden die ik genoemd had waren al door anderen voor mijn neus weggekaapt en beschreven. Was ik toch te laat. Maar geen nood, ik heb weer een nieuwe die mij onlangs opviel. Het was in de discussie die altijd gevoerd wordt in november en december met betrekking tot de verschijning van Zwarte Piet.

Ik hoorde meerdere malen van zeer witte mensen die zich achter het Piet moet verdwijnen standpunt schaarden. “Als die mensen er nou last van hebben” werd er gezegd op een zeer irritante wijze “Tja, dan moeten we het maar niet meer doen.

Nou is het natuurlijk heel wat om aan enkele waanzinnige argumenten een ziekte vast te knopen, dus zocht ik naar meer voorbeelden. In mijn geheugen doken talloze tv discussies en anderszins op met betrekking tot seksuele belevenissen. “In bed mag alles als je het samen wilt”. Dat, maar ook de keuze van vakantiebestemmingen, dagjes uit, de maaltijden, welk TV- programma er gekozen wordt schijnen in hevige mate onderhevig te zijn aan het zoeken naar een modus waarin iedereen optimaal happy is. Het ego wordt door sommigen volledig ondergeschikt gemaakt aan het wij gevoel. Hele huwelijken worden gebaseerd op het “vele gemeenschappelijke” dat je samen hebt.  Toch loopt een op de drie huwelijken stuk, huwelijken waarvan je het zelf nooit verwacht had, omdat ze “zoveel gemeen” met elkaar hadden. Het bleek uiteindelijk een farce, een der partners had zich vrijwel geheel geofferd aan de wil en wensen van de ander. Uiteindelijk bleek dat te saai en te vervelend en sluipt de ontevredenheidsduivel binnen. In een goede relatie hoeven mensen helemaal niet zo gelijkgestemd te zijn, maar moet men geven en nemen in min of meer gelijke porties. Dat komt dan weer omdat mensen vrijwel nooit echt gelijkgestemd zijn en dat is mooi. Als je lijdt aan wat ik het GGD-syndroom noem, niet naar Geestelijke GezondheidsDienst maar naar de grootst gemene deler dan ben je daar wel naar op zoek. De grote X met het kleine stukje groen dat ik als grafische weergave heb gemaakt laat het duidelijk zien. Er blijft niet veel over en al dat nou alleen maar de basis was en men ook de “rode gebieden betreed” dan gaat het nog wel, maar vaak is groen alles wat er rest en dat is te weinig voor continuïteit van wat dan ook. De mensen die zich aangesproken voelen moeten het maar eens eerlijk voor zichzelf opschrijven, dat wat ze allemaal hebben weggestreept van zichzelf voor het GGD. Wellicht snappen ze dan zelf ook wel dat ze op een verkeerd spoor zitten. In ieder geval moeten ze het mij maar niet kwalijk nemen dat ik ze doorzie en hun argument direct van tafel blaas.

De redder van het Koningshuis

Tuesday, November 15th, 2016

umi1469 á la Daumont bespannen open rijtuig

Op 19 februari 1887  kreeg H. M., die met het Prinsesje Zaterdag in een à la Daumont bespannen open rijtuig was uitgereden, op den Scheveningseweg een ongeval. De aanleiding tot het op hol slaan der paarden moet, naar men verzekert, gelegen zijn eensdeels in de bijzondere dartelheid der paarden, waarop de pikeur met het oog op den feestdag reeds te voren had gewezen, en anderdeels in het schichtig worden van een der paarden nabij het Scheveningse tolhek, waarschijnlijk door het gerinkel der lampions die in de erepoort voor Buitenrust werden ingezet. De pikeur kon de paarden niet houden en werd van het zijne afgeworpen. De lakeien die achter zaten, sprongen met het doel om hulp te bieden, in de Zeestraat van het rijtuig, maar konden dit niet meer bereiken. In het Noordeinde kwam het rijtuig van H. M., nabij de achterpoort die toegang geeft tot de achterplaats van het Paleis, eerst in lichte botsing met een equipage van een dame uit Voorburg.

umi1498De jonge Antonie Kabelaar

De koetsier Kabelaar, die met zijn zweep in de hand de hollende paarden tegemoet liep, bracht op dat ogenblik de dieren een slag voor den kop toe, greep ze, en bracht ze met behulp van den stalhouder Wegman tot staan. Deze Anton Kabelaar, 25 jaren oud, is koetsier bij den stalhouder Hulselman aan de Stationsweg en gewoonlijk bestuurder van het rjjtuig van Dr. Stein. Dien middag was hij vrij van het dokterrijden en reed hij een ander gezelschap. Bij het Paleis zag hij van den kant der Zeestraat het rijtuig met de hollende paarden aankomen. Hij had de tegenwoordigheid van geest om zijn rijtuig ter zijde te sturen, van den bok te springen, een jongen toe te roepen voor zijn paard te zorgen, en met de meegegrepen zweep de aankomende paarden voor den kop te slaan. Van het ogenblik dat zij voor den slag terugdeinsden, maakte hij gebruik om het ene dier bij den teugel te grijpen, terwijl de huurkoetsier Wegman, wiens stal er vlak bij is, toeschoot en het andere paard greep. Toen boden verscheidene personen hulp. Allereerst de heren Tromp, Sandick en Wisdom, de politieagenten Blom, Van Dijk en Van Houten, en een viertal werklieden, Nijbakker, Rolvest, Veegerstein en Van Duren, in dienst bij de firma P. Mouton en Zoon. Ten paleize is de juiste toedracht der zaak bekend en door ‘s Konings stalmeester, baron Van Heemstra, zijn de nodige informaties overal ingewonnen, ook naar den eigenaar ener equipage, die in het Noordeinde, vóór de kloeke en geslaagde daad van Kabelaar, lichtelijk moet zijn aangereden. H. M. de Koningin, die aan grote angst ten prooi geweest was, terwijl het Prinsesje zich schreiende aan haar vastgeklemd had, keerde te voet naar het paleis terug, vanwaar zij een half uur later in een ander rijtuig uitreed.

Een beloning

Uiteraard hoort bij een heldendaad een beloning en daarom heeft Zijne Majesteit een wekelijkse toelage toegekend van 5 gulden. Daarnaast zal hij een medaille ontvangen. Door de Burgemeester van ‘s-Gravenhage, is in zijn hoedanigheid van hoofd de gemeentelijke politie een diepgaand onderzoek ingesteld naar de omstandigheden, waaronder het hollend voertuig, met daarin Hare Majesteit  de koningin en Hare Koninklijke Hoogheid de Prinses Wilhelmina, tot stilstand is gebracht. Hij heeft van dit onderzoek een verslag gemaakt, waaraan H. M. haar goedkeuring heeft gehecht. In het verslag wordt erkend, dat op het ogenblik van het tot staan brengen van de paarden hun de zweepslag door Anton Kabelaar is gegeven. Maar niet tot klaarheid is gebracht de omstandigheid dat vrijwel op het moment van de zweepslag het rijtuig in botsing was gekomen met een ander rijtuig. Dat de paarden tot stilstand zijn gekomen kan ook geheel of gedeeltelijk door de aanrijding zijn ontstaan. Dat hierbij wordt voorbijgegaan aan het feit dat Kabelaar eerst zijn rijtuig aan de kant moest zetten en daarna van de bok afspringen om op de paarden van H.M. af te gaan is blijkbaar niemand opgevallen…. Nou Niemand….

Voor vele Hagenaars en koningsgezinden was Anton de held van de dag, hij was er toch maar tussenin gesprongen, en had daarmee voorkomen dat de vierde en laatste troonopvolger geboren in de huwelijken van Willem III wellicht gewond of erger zou raken. Let op, ik laat het vaderschap van Willem III wijselijk in het midden en beperk mij tot in het huwelijk geboren. Er ging op initiatief van de brave burgerij dan ook een intekenlijst in de rondte.

De heer R. Baron Collot ‘d Escury uit het Noordeinde zond hem uit dank een fraai massief zilveren lucifers-doosje waarop aan de ene zijde gegraveerd staat: Voor moed, beleid en trouw en aan de andere kant 19 Febr. 1887. Een visitekaartje ging erbij met de woorden”Aandenken van R. Baron Collot ‘dEscury aan A. Kabelaar. De heer F.B. van Ditmar te Utrecht zond aan Kabelaar een fraai album met daarin zijn uitgave: Ons Prinsesje en Onze Koning, met daarbij de woorden: Aangeboden aan de heer A. Kabelaar, den redder van Neerlands hope, door F. van Ditmar Uitgever.

Namens 120 Hagenaars uit verschillende stand werd hem door een lid van de commissie, die zich voor dit doel gevormd had een geschenk aangeboden als blijvende herinnering aan zijn moedige daad van 19 Feb. jl. De spreker bood hem dit geschenk aan met een passelijk woord, constateerde dat hij zijn leven in de waagschaal had gesteld om dat van Neerland’s Koningin en het geliefde Prinsesje te redden, dat alle Nederlanders hem daarvoor dankbaar waren en dat velen bereid waren bevonden hem te tonen dat’moed, beleid en trouw nog in Nederland worden geëerd.

Wat dit huldebewijs vooral merkwaardig maakt, was dat in dit kleine gezelschap tegenwoordig waren de twee ooggetuigen, die ten volle bevestigden dat Kabelaar het eerst de paarden met zweepslag en door ze bij de teugels te grijpen tot stilstand bracht, nadat ze een eindweegs voorbij het onbeschadigde rijtuig waren voortgehold, waarmede de aanrijding plaats had, die aan hun vaart een andere richting gaf. Kabelaar dankte op de meest eenvoudige wijze voor dit bewijs van waardering, en deelde nogmaals de toedracht der zaak mede. Hij zowel als zijn oude vader waren zeer erkentelijk dat het publiek zijn handeling waardeerde. Het geschenk bestond uit een zeer fraai gouden remontoir-horloge met de inscriptie in de kast: ..Aan Anton Kabelaar, 19 Februari 1887.” De wijzers zijn eveneens van goud en met diamanten Stenen bezet, alsmede een gouden ketting behorende bij het uurwerk. Tevens is er nog afzonderlijk bijgevoegd een gouden medaillon, in de achterkast waarin het stedelijk wapen is gegrift. Het medaillon bevat de portretten van H. M. de Koningin en H. K. H. Prinses Wilhelmina. Voorts werd Kabelaar verrast, met de prachtig door de heer J. C. Bautz, te ‘s-Gravenhage, gekalligrafeerde naamlijst van de 120 schenkers van alle rang en stand, welk kunstwerk gevat is in een eenvoudige zwartbruine lijst. De volgende vererende opdracht, eveneens keurig gekalligrafeerd, zal Kabelaar ongetwijfeld aangenaam hebben getroffen . Den 19de Febr. 1887, toen alom in den lande de geboortedag van Z. M. den Koning werd gevierd, sloegen de paarden van het rijtuig waarin de Koningin en H. K. H. Prinses Wilhelmina gezeten waren, op hol „Anton Kabelaar mocht het door zijn moedig gedrag en zijne grote tegenwoordigheid van geest gelukken de paarden tot staan te brengen.  Zijn heldendaad redde naast het leven ener geliefde Vorstin dat van Neerlands dierbaar kleinood. „Als blijk van welverdiende hulde en innige dankbaarheid ” werd hem door onderstaande ingezetenen van ‘s-Gravenhage een gouden horloge met ketting vereerd.”

25 jarig jubileum

In 1908 verschijnt er een ingezonden brief in het Nieuws van de dag waarin schande wordt gesproken van de armzalige omstandigheden waaronder Anton Kabelaar zou leven. Het Avondblad vermeld dat deze brief niet geheel zonder fouten is. Kabelaar heeft voor zijn heldendaad een gouden horloge met inscriptie gekregen en pogingen om in zijn armzalige toestand verbetering te brengen waren afgeketst. De reden van dit afketsen wilde men niet vermelden. Wel blijkt nu dat Willem III daags na het ongeval op een weiland aan de Loosduinseweg zijn neergeschoten. Zijne majesteit was van mening dat om herhaling te voorkomen deze paarden niet werden verkocht of voor andere doeleinden gebruikt. In 1912 zien we een kort bericht in de krant dat het vandaag op de kop af 25 jaar geleden is dat Kabelaar zijn heldendaad verrichtte. Andere kranten berichten er iets meer over omdat zich velen ineens als dé redder manifesteren, niet alleen de mensen genoemd aan het begin van dit stuk, er was er zelfs een die zich er op beroepen kon “ho paarden ho”geroepen te hebben.

In 1915 vinden we Anton Kabelaar inwonend aan de Paviljoensgracht 139 , het eerste huis vanaf de Zuidwal aan de zijde van de Doubletstraat. De deur rechts van de “hemelpijl.”

 

umi1516

50 jarig jubileum

In 1937 woont Antonie aan de Amsterdamse Veerkade 35a. Het is dan op 19 februari precies 50 jaar geleden dat hij de paarden wist te stoppen. Hij verkeert nog steeds in zeer armoedige omstandigheden. Het 50 jarig jubileum levert hem als aandenken twee warme dekens op en nog wat media aandacht in krant en tijdschrift.

Titel: Vorstenhuizen, koningshuis Nederland. In 1937 is het 50 jaar geleden dat de heer Anton Kabelaar het rijtuig met daarin koningin-regentes Emma en haar 7-jarige dochter Wilhelmina tot stoppen dwingt, nadat de paarden op hol waren geslagen. Foto: het huis van de heer Kabelaar in Den Haag. Ter gelegenheid van dit jubileum ontvangt hij - hij verkeert in zeer armoedige omstandigheden - een tweetal dekens. Maker: fotograaf: Fotograaf onbekend Trefwoord: Den Haag (locatie) Emma, koningin-regentes (persoon) Kabelaar, Antoon (persoon) Koninklijke familie Nederland (locatie) ongeluk redding Wilhelmina prinses (persoon) Verv.jaar: 1937 Bron: [SFA022821348], Het Leven, Spaarnestad Photo Copyright: Voor meer informatie: Spaarnestad Photo

Hij krijgt op die memorabele 19de februari naast de dekens ook nog wat feestelijk bezoek.

umi1499

Vol trots laat hij die dag nog zijn horloge zien, tijdens een schamele lunch.

umi1465

Het afscheid

Bijna vier maanden later op 14 juni tikt het horloge ongetwijfeld nog wel, maar het hart van Antonie Kabelaar is voorgoed stil komen te staan. Op 16 juni 1937 wordt zijn lichaam aan de aarde toevertrouwd op de algemene begraafplaats. Antonie is 76 jaar geworden. De door hem geredde Koningin Emma is hem op 20 maart 1934 voorgegaan en Koningin Wilhelmina volgde hem op 28 november 1962.  Het sterfhuis van Antonie, een pand met een lijstgevel uit de 17e eeuw,  bestaat nog steeds, het heeft de status van gemeentelijk monument in een beschermd stadsgezicht Centrum.

umi1501

Begrafenis Antonie Kabelaar 16 juni 1937

 

Bronnen, 
diverse couranten waaronder de Haagsche Courant, 
foto materiaal Spaarnestad, Haagse Beeldbank, Rijksmuseum.

 

Sientje van de lommerd

Friday, August 7th, 2015

Overgenomen uit de Sumatrapost 1900 en het Soerabaijasch Handelsblad 1899 (via Delpher) die het ongetwijfeld over hebben genomen uit een der Haagse Couranten. De OCR fouten zijn er uit, maar verder in oorspronkelijke spelling en woordgebruik gelaten. De Foto is Via de Beeldbank en gemaakt door H.W. Wolrabe de eerste fotograaf in de stad, die het fotograferen in Frankrijk heeft geleerd van de uitvinder zelf.

Suzanna3144

Uit de Haagsche Rechtszaal. SIENTJE VAN DEN LOMMERD

In het morgenuur, wanneer de herfstnevel nog over de Haagsche straten hangt, en de arbeiders, met hun blikken kannen op den rug, de naaistertjes en de dagmeisjes met hun in couranten gepakte boterhammen naar hun werk gaan, ziet ge ook, wanneer de klok van de Nieuwe kerk op ‘t Spui acht uur geslagen heeft, van den kant van ‘t Paddemoes, den populairen naam der Jacobstraat, een oud, krom, in elkaar gegroeid vrouwtje aanstrompelen, dat op groote muilen op haar ouden dag nog probeert bedrijvig te zijn.

Ze is geheel in ‘t zwart gekleed; onder haar wollen mutsje met zwarte kraaltjes komt het spierwitte haar scherp te voorschijn, haar gezicht is mager, groezelig geel van kleur. Ze heeft een stalen bril op. Een zwart wollen doekje, vastgehouden door een zoogenaamde bakerspeld, hangt om haar schouders. De zwarte voorschoot van’ moiré ripsen stof met een tip vastgespeld aan haar middel. Die voorschoot dient tot bergplaats van allerlei zaken. „Hé, hé, da’s
werreke ! zucht Sientje, die eindelijk de hooge steenen brug bij de Nieuwe kerk is genaderd en, zich aan de ijzeren leuning vasthoudende,staat uit te blazen.

Den scherpen wind trotseerende, moet Sientje zich goed vasthouden, want’t is druk bij de brug. In volle vaart rent een paard met den bleekerswagen van Roos de brug op, terwijl van de andere zijde een bierwagen aankomt en daar tusschen door weer een wagen met puin, geduwd en getrokken door een paar metselaars. Echt Novemberweer — kil-winderig en regenachtig — winderig bovenal daar bij dat ongedempte deel van ‘t Spui. En wanneer er plotseling van over den waterkant een vlaag opsteekt krijgt men in eens een sterk geprononceerde baklucht in den neus. Zoon eigenaardig odeurtje dat den ouden Hagenaar nog aan zijn kermis doet denken.

Geen wonder, daar voor u ligt de oliekoekenschuit van vrouw Van der Zanden. De ijverige bakster is al druk bezig om de versche bollen voor den gaanden en komenden man te prepareeren. Plons ! daar valt weer een klodder beslagdeeg in den zachtkens pruttelende ijzeren pot met olie, die begint te sissen, te
proesten en te snerken als een oude kat die gekitteld wordt. Maar de bakvrouw stoort zich niet aan den stijfhoofdigen pedanten ijzeren pot en aanhoudend kwakt ze de lepels deeg in de sissende olie, om daaruit na enkele minuten het beroemde geelbruine product van haar bakkunst triomfantelijk op een a jour bewerkte tinnen lepel voor den dag te halen. De bollen worden nu smaakvol op erg mooi symmetrisch als sterren uitgeknipte krantenpapiertjes gesorteerd en lachen nu jong en oud tegen.

Een paar schoolkinderen in lange regenmanteltjes met puntkappen komen voorbij. „Ouwe heks! oliekoeke trein, je verkoopt toch niks!” zoo schreeuwt de kleinste — „gooi je zootje maar de vaart in, lillek wèf!” kraait de grootste van de twee. En de kleine werpt een groote rotte Lissabonsche ui, voortgeschopt uit den afval van het Paddemoes, in de kraam, gelukkig op een nog ledige schaal nabij de oliebollen. De vrouw hijscht zich tegen de toonbank van de kraam op en zet kloek moedig het rechterbeen met forschen slag boven op de bank. Het is maar bangmakerij, want ze kan toch niet van haar schuit af, en ofschoon de bengels dat heel goed weten, zetten ze het toch van plezier hard op een loopen, steeds maar scheldend. De juffrouw heeft zonder het te weten intusschen door die manoeuvre den argeloozen voorbijganger op een interessant gezicht verrast. „Wel, wel! zoon oude oliekoekenjuffrouw met zulke welgevormde kuitjes!

Plotseling krijgt de juffrouw Sientje in de gaten, die nog altijd staat uit te rusten. Op schellen toon met slependen nagalm schreeuwt ze van uit haar kraam: Sientje è ! Sientjè è en tracht met den potlepel zwaaiend het oudje te praaien om op de schuit te komen. Maar Sientje knikt van „neen”. Geen wonder dat ze de vriendelijke invitatie van de hand moet slaan. Op ‘t Paddemoes had Floórtje de uitdraagster haar al vriendelijk lonkend en knipoogend achter de gordijntjes toegewenkt voor een versch kommetje koffie met veel suiker te komen nuttigen— dat had Sientje niet kunnen weigeren en nu had ze haar tijd verpraat. Met een handbeweging, daarbij met haar kleine grijze oogjes vriendelijk knippend, geeft ze te kennen dat ze geen tijd heeft. Sientje moet op marsch! Ze kan bovendien niet tegen die rook- en baklucht, het slaat haar te veel op de borst, zegt ze altijd.

Het kleine zwarte menschje wringt zich nu tegen de leuningen op en weer met een hè, hè! zet ze den tocht voort, nadat al die rammelende en ratelende voertuigen met schreeuwend Maandagvolk uit het gezicht zijn. Sientje heeft ‘t druk vandaag. Ja, ja, die Maandag is geen kleinigheid. Houdt alles maar eens in je hoofd. Eerst naar de Milletaire Vrindschap in de Kazernestraat informeeren of de kroegbaas geen pandjes heeft, die hij dan door tusschenkomst van Sien weer in den lommerd laat brengen; dan — laa’s kijken ! dan o ja! naar dien meneer, die in April z’n „bonte berenjas” door me liet wegbrengen, om te vragen naar ‘t briefje voor de aflossing (de stakkert zal ‘t koud gaan krijgen). Verder… O ja, naar de dochter van neef den lantaarnopsteker, naar Jeanne, die gemeubeleerd woont, om de zomer japonnen, de zijden blouses en de gouden broche met diamanten uit de 50 cents-bazar mee te nemen, en dan naar den barrebier Klesmeijer, die misschien nog wel een pandje heeft van de „klandisje” of anders net als verleden Maandag z’n Zondagsche pak, dat hij met die van z’n drie zoons weer voor een week meegeeft.

Zoo opsommende, tippelt Sientje, schijnbaar hoe langer hoe krommer wordende, over het Gedempte Spui naar de Spuistraat, om over het smalle stoepje, door de Passage, de stad in al haar deelen te doorkruisen. Sientje is overal. Hebt ge haar in het ochtenduur nabij de Laan Copes gezien, tegen den middag kunt ge ze op den Parallelweg ontdekken, om ze een tijdje daarna in de Laan van Nieuw Oost-Indië te zien wandelen.

Denk niet lezers, dat ik daarmee zeggen wil, dat die bewoners daar met Sientje van den lommerd zoo bevriend zijn, neen, het zijn de keukenmeiden, waar Sientje soms nauw mede in contact staat. De oude heeft een enormen tact om de conversatie bij te houden en altijd zal ze eenige relatie op weten te diepen.
Zoo is de meid van de familie A. toevallig een nichtje van haar man’s broer, terwijl de familie B. weer een werkster heeft, die oom tegen haar zusters man moet zeggen. En dat zijn allemaal relatiën welke Sientje een soort van autoriteit bezorgen die soms heel gewichtig is, want de oude kletstante heeft er den slag van zich een air van alwetendheid en gedienstigheid te geven waar de leek gewoon in zou loopen.

Ook is ze erg goedgeefs met peperemuntjes waar de dienstmeiden zooveel van houden en bijzonder mededeelzaam in haar geneeskundige adviezen,
waarvan de uitwerking dan ook nooit faalt. Haar recepten van zakkies rauwe saffraan op de maag voor de schele hoofdpijn zijn wereldberoemd en de raadgeving van de lever van een levend geplukte zwarte kip op Sint Jansdag rauw op te eten tegen de galpuistjes en de kliertjes heeft haar reeds menig cadeau bezorgd. Sientje is een getapte tante, vol wijsheid, die alle zaken van waarde gaarne in haar zwarte voorschoot doet verdwijnen, desnoods om nooit weer te verschijnen.

Bij Jeanne, die gemeubileerd woont, staat Sientje ook hoog in aanzien. Als de
vriendinnen ‘s middags op visite zijn moet Sientje de kaart leggen. De vieze, vette kaarten worden dan voor den dag gehaald en op het rood fluweel, bevlekte en bemorste tafelkleed uitgespreid tusschen omgeworpen glazen, waar slechte portwijn in geweest is, en te midden van goedkoope taartjes. In onzinnige rijmelarijtjes deelt ze de vrouwen mede welk lot haar beschoren is. Ruiteboer — er ligt een minnaar op den loer! — hartevrouw, het ongeluk is jou! Schoppeheer naast klaverenegen — u wacht rijkdom en zege! Ruitezes op ruitetien —de ware minnaar zult ge zien —en dergelijke gewichtige profetiën meer. Onder dat genre vrouwen is Sientje de echte konkelaarster, met iedereen knoeiende en
heulende. Sientje schiet ook geld voor, maar tegen een laag procentje; op een schuldbekentenis van tien gulden geeft ze twee klinkende rijksdaalders, altijd bij acceptaasje, want dat is je ware, heeft haar de zaakwaarnemer geleerd. En als Sientje ook bij deze dames haar besognes heeft verricht is ze al hoe langer hoe meer in omvang toegenomen, het zwarte schort built naar rechts, naar links, naar voren,naar alle kanten uit.

Zoo komt Sientje tegen het middaguur in de Assendelftstraat in den lommerd terecht. Ze kan nauwelijks door de deur,zoo bevracht is ze. ‘t Is vol in het vrij ruime lokaal. Er staan heel wat vrouwen. Een vunzige lucht van natte kleeren en druipende oude regenschermen dringt door in den neus. De beambten reppen zich om vlug te bedienen, denkende : zooveel te eer komt er meer frissche lucht. Sientje zet haar zwarte pak op een der lange toonbanken, recht voor de groote vakken, gevuld met hoog opgestapelde kleedingstukken, waar net als op apothekersfleschjes driehoekige stukjes papier uitkijken, peuterig nauwkeurig beschreven door de klerken. Het pak wordt geopend, het goud en zilver door den zilverschatter nauwkeurig met kennersoog bekeken, de kleederen geschat, de lommerdbriefjes klaargemaakt, waarna Sientje laatstgenoemde documenten opneemt, haar oude aardigheid debiteerende: „zie zoo, weer mooie ulevelle-papiertjes!” Nu komt uit den langen rokzak van de oude een frommelige prop papier te voorschijn; dat zijn haar briefjes, waar ze nu enkele zaken van terug ontvangt en kuchende de zaal verlaat.

Sientje’s dagtaak is ‘nu’ten einde. Ze maakt nog een Spuistraatje, gaat door de Pooten over het Plein de Houtstraat door, langs de Kalvermarkt de brug op van de Nieuwe Haven. Lief grijnslachend wisselt ze een knikje met een der agenten van de wacht voor het bureau. En de politieman knikt de oude toe, want hij kent haar goed. Sientje van den lommerd is immers het prachtigste wandelend informatiebureau dat men zich denken kan. Ze is al in heel wat zaken voor de
rechtbank geweest. Altijd als getuige— „de Heere beware me voor de schande om ooit als dief te moeten komen —ik weet niks, ik bemoei me met niks en bezitten doe ik heelemaal niemendal”, zegt Sientje, hoe langer hoe meer in elkaar krimpend, „want ik leef van en voor de goeie mense,” zoo gaat ze voort met haar pieperig schor heezig stemmetje.

Toen ik onlangs Sientje van den lommerd in het Rechtsgebouw tusschen de
groene tochtdeur zag sluipen, om, zooals ze zeide, den Offesier op ‘t Perket over gestolen overtuigingsstukken te spreken, dacht ik: zoon exemplaar mag toch wel eens vereeuwigd worden in ‘t panopticum van typen, dat aan het publiek wordt gepresenteerd „In de Rechtszaal” van

J.B.

Een nieuw begrip A-negativisme

Wednesday, June 3rd, 2015

Suzanna775lle kreten asociaal, a-technisch en a-seksueel kennen we ondertussen, althans we smijten er behoorlijk mee in het rond. Lang niet altijd leggen we hiermee de vinger op de zere plek. We gaan uit van een zelfbeeld dat twee kanten op gaat. We indexeren onszelf op 100, beschouwen onszelf als normaal en alles dat daarvan afwijkt is a-. Het kan ook andersom dat men als een soort geuzenterm de a- omarmt. Ik ben nou eenmaal a-technisch of a-dit of a-dat. Het viel mij op bij atheïsme. Je bent katholiek, jood, protestant, mohammedaan, of nog wat anders en als je alle goden aan de kapstok hangt dan ben je zogenaamd atheïst. Niet dus! Er zijn gewoon mensen die alle geloven, de mensen die het afdwingen en vooral de zelf opgelegde of door anderen afgedwongen leefregels afwijzen. Atheïst zijn ze alleen in de ogen van theïsten. Met dit gegeven voor ogen ben ik gaan nadenken. Ligt dit niet breder?

Ja dat ligt het. Je hoort steeds vaker dat sommige mensen zo negatief zijn, ik hoor het ook vaak over mij zeggen. Onterecht, ik ben zeer positief over positieve zaken. Ik prijs ze, ik stimuleer en kan uren verhalen over hoe mooi en goed dingen kunnen zijn. Maar dat geldt alleen voor positieve zaken, negatieve zaken, gebeurtenissen noem maar op daar ben ik uitgesproken negatief over. Zo hoort het ook wat goed is, is goed, maar wat slecht is, is slecht.

Helaas is niet iedereen zo en daarom wil ik graag een nieuwe term lanceren, u las het al in het kopje A-negativisme. Wat is het? Boven alles is het fout! Het is het positief beoordelen van zaken die negatief zijn. Natuurlijk zijn er zaken, gebeurtenissen en meer die voor de één positief zijn en voor de ander negatief. Je kunt het niet prettig vinden dat als je op vakantie bent, het juist twee weken regent en dan nog met bakken tegelijk. Maar de boer is er weer blij mee. Er is niets mis mee als je scheldt op het rotweer en nog wel net nu je op vakantie bent. Waar het fout gaat is als je gaat zeggen, ach de boer is er weer blij mee. Het is de oervorm van a-negativisme en levensgevaarlijk.

Waarom levensgevaarlijk? het is een fout van de zogenaamde eerste soort. goedkeuren wat afgekeurd had moeten worden. De wereld zit er vol mee. Bijna iedereen die er garen mee spint maakt misbruik van het A-negativisme. Ondernemers, politici, bankiers en criminelen. Bijna aan ieder incident in de krant vermeld kunt u aangeven wie en wanneer aan A-negativisme geleden heeft als onmiddellijke aanleiding tot het incident.  Door het vele vals positieve, veroorzaakt door A-negativiteit zijn we in een stroomversnelling naar beneden geraakt. Er worden steeds grotere risico’s genomen om dat niemand of bijna niemand zich negatief durft te uiten en mensen die dat wel durven en doen worden meer en meer verguisd. “Jij bent altijd zo negatief”en meer van dat soort flut opmerkingen. Een pijnlijk gevolg is dat zij die zich wel negatief over negatieve zaken durven uitten er vaak extra nadruk op gaan leggen met een effect tegengesteld aan wat werd beoogd. Zo geraken we steeds verder in het putje.

Volgt u nog? Nou voor hen die het spoor wat bijster zijn geraakt, halen we uit deze complexe materie één klein voorbeeld, en wel U! Waar bent u als het om u gaat. Bent u volgzaam of assertief. Gelukkig is hier al heel wat bereikt, er zijn assertiviteitstrainingen. Durf eens nee te zeggen. Volgzaam in de betekenis van slaafs en lijdzaam je leven laten leiden door een ander is ook a-negativisme. De wereld is echter groter dan u. De wereld zijn wij allen en wij allen hebben wel eens een nee! nodig van u, ook  als het niet op u zelf betrekking heeft. Mensen die volgzaam en niet assertief zijn kunnen al sinds de jaren 60 psychotherapeutische behandeling krijgen, het is dus een stoornis, ziekte zoals u wilt.

En kijkt u nu eens naar dit plaatje. Bent u het er mee eens? Dan heeft U! een probleem en niet hij of zij die zich negatief uitlaat. Er is denk ik nog geen behandeling, cursus of anderszins voor, maar ongebreideld positivisme is een ziekte. En als we dat erkennen hebben we al meters gemaakt.

Suzanna774

 

 

De Koning van de V&D

Thursday, October 16th, 2014

Personeelsingang V&D Den Haag

Op de step naar de stad

Mijn eerste fiets kreeg ik pas toen ik elf jaar was, prompt reed ik er ook mee de plomp in, maar dat is een ander verhaal. Tot aan die eerste fiets verplaatste ik mij al steppend door de stad. Het was voor mij geen speelgoed, maar een volwaardig vervoermiddel. Vanuit Spoorwijk stepte ik over de Waldorpstraat, Vaillantlaan en Prinsegracht regelmatig de stad in en verder. De stad kon echter op een regelmatig bezoek rekenen. De step had maar een nadeel en dat was het gebrek aan een deugdelijk slot. Toch was daar een oplossing voor. Een eerste klas fietsenstalling in de V&D kelder waar Franciskus de Koning een wakend oogje hield op mijn step.
Nadat ik mijn step had achtergelaten volgde altijd een bezoek aan de speelgoed afdeling waar ik mijn zakgeld naar hartelust kon omzetten in Corgi Toys, of althans in de molen en vitrine zoeken naar nieuwe exemplaren.
Eenmaal vond ik op de afdeling iets nieuws Silly Putty in een eitje. Stuiterbal, kopieergum en klei ineen. Een speurtocht in mijn portemonnee leerde me echter dat als ik ook de fietsenstalling moest betalen, ik net geen geld genoeg had . Balen, balen! Toen ik even later in mijn portemonnee keek had ik (de fietsenstalling vergetend) net genoeg. Dat schoot me pas weer te binnen toen ik binnendoor naar de fietsenkelder liep. O.o. de Koning kon er niet mee lachen, maar ik kreeg uiteindelijk mijn step weer mee en had nog steeds de Silly Putty. Jippie.

Dagboeken

Onlangs kwam ik erachter dat Franciskus de Koning dagboeken op rijm over Haagse gebeurtenissen had gemaakt en dat na zijn dood zijn zoon de dagboeken had afgestaan aan het Gemeentearchief. Nu eens niet speuren naar familieleden maar een duik genomen in zijn werk. Franciskus de Koning (26-05-1905 – 21-11-1988) was al tijdens zijn later afgebroken priesterstudie begonnen met deze dagboeken en heeft dit gedurende zijn leven braaf volgehouden. Naast deze dagboeken, schreef hij toneelstukken en had hij een index aangelegd van moppen die hem werden verteld. Ik heb niet al zijn werk gelezen, het bevat naast filosofietjes van de gewone man, zeer klein nieuws en natuurlijk ook de grote gebeurtenissen die op ieders leven indruk maakten zoals de moorden op Kennedy en King. Hieronder volgt een kleine bloemlezing uit zijn werk “Mijn Penne Krassen” en o, ja, over mijn step en armoe heeft hij geen letter geschreven, helaas. Maar de kleine bloemlezing is bedoeld om een beeld te scheppen van Den Haag en Hagenaars uit het verleden. Net als de Koning is ook de fietsenstalling ter ziele. De afdruk van de letters fietsenstalling zijn nog zichtbaar op de marmeren gevelbekleding. Tegenwoordig is hier de personeelsingang. Als fietsenstalling doet tegenwoordig het traphek naar de tram dienst.

Mijn Penne Krassen

Ons aller streven

Een oud vrouwtje kwam de stalling in,
met tranen in de ogen,
zette haar fiets neer, een oud ding
en heeft mij diep bewogen.

Waarom? Ik zag een droevige blik,
merkte dat haar iets kwelde.
en hoorde toen een zachte snik,
dat wil ik u vermelden.

Vanwaar die snik,
wat kwelde haar,
waarom die droeve tranen?
en kijk toen kwam het ogenblik,
en dat ik u wil verhalen.

Dat oudje was jarig geweest,
en wat zij voor niemand wilde weten,
haar dag was door de kinderen,
totaal en glad vergeten.

Dat deed haar pijn in’t moederhart,
dat vraagt medeleven,
kom moedertje, sprak ik, geen smart,
want ik wil u iets geven.

Gefeliciteerd, u krijgt van mij,
een aardig mooi presentje
voor den verjaardag, nu komen wij,
zo zoetjes aan , aan het eindje.

Maar die oude vrouw sloeg plotseling,
haar armen om mij henen,
en mompelde “dank, jongen, dank”,
begon toen opeens te wenen.

Nu meende ik dat ik u dit feit,
toch even moest verhalen,
’t is waar ik ben een stukje kwijt,
maar …. meer dan te betalen.

Schonk ik aan haar als grootste schat,
een blijk van medeleven,
waarom kruiste juist zij mijn pad ?
De moraal.. Ons Aller Streven!

Gebeurd in de stalling op woensdag 6-9-’67
Naar waarheid opgeschreven
P.S. Ik gaf haar een beschilderde fles

Cassalade

Frans de Koning was werkzaam in de fietsenstalling vanaf de opening op 21 sep 1964, stallingbaas tot 1978, daarna als versleten tot aan zijn pensioen in 1970 voor 50 % hulp op drukke dagen.
Gebeurtenissen door hem verhaald zijn o.a Surceance bij machinefabriek Heijst, de brand in gebouw K&W, en natuurlijk het vleesschandaal van okt 1964 (vlees bestemd voor destructie kwam gewoon de handel in).
Bij het gerijm stond nog een opmerking. Bestemd voor Cassalade (personeelsblad V&D) of Haagsche Schouw. Zou het geplaatst worden?
Of het toen is geplaatst weet ik niet, laten we dat plaatsen dus nu maar doen, want net als toen zijn er nog steeds eenzame ouderen, soms “vergeten” door hun kinderen. Bovendien houdt het de herinnering levend aan hen die vóór ons Den haag bewoonden.

En de toneelstukken en de moppen? Ach ze liggen ter inzage voor een ieder in het onvolprezen Haags Gemeentearchief. Verwacht er niet te veel van. Humor is van alle tijden, maar tijdloos is het zeker niet. Omdat toch tot slot te illustreren, als u zelf het boekje open slaat leest u:

Uit de moppenindex

“Twee vriendinnen ontmoeten elkaar. “’t is toch erg dat jij je eerste man zo vroeg verloren hebt.”…”Ja, dat zegt mijn tweede man ook altijd.”

Arie tegen zijn vriend. “Ik heb voor mijn zieke vrouw, drie flessen wijn gekregen.” Vriend: “Man, dat is een goede ruil.”

Piet lees de krant. “Zeg vrouw, hier staat dat een Amerikaans miljonair is gestorven en zijn vermogen aan zijn vrouw heeft nagelaten. Zou jij zo’n weduwe willen zijn? “ Zij: “Neen, ik zou alleen jouw weduwe willen zijn.”

Aldus de door Frans de Koning in 1955 opgetekende humor.

Citaten en verhalen uit “Mijn Penne Krassen “Franciskus de Koning, Gemeentearchief Den Haag
Foto: Ingang Fietsenstallling, tegenwoordig personeelsingang aan de Grote Marktstraat. Foto: door Irma Vlasblom, enigszins ge-edit door mij omdat de schaduwen van de letters wel zichtbaar zijn nog, maar niet op de foto.